Artikel 35 van de wet is de wettelijke grondslag voor het verlenen van individuele en categoriale bijzondere bijstand. Doen zich in het individuele geval noodzakelijke kosten voor die voortvloeien uit de bijzondere omstandigheden en kunnen die kosten - naar oordeel van het college - niet worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, dan bestaat er recht op individuele bijzondere bijstand. Het verlenen van categoriale bijzondere bijstand is sinds 1 januari 2015 beperkt tot de collectieve (aanvullende) zorgverzekering of een tegemoetkoming in de kosten daarvan.
Er staat niet op voorhand vast of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd ook daadwerkelijk noodzakelijke kosten zijn en of de kosten voorvloeien uit de bijzondere omstandigheden. Dat vraagt om een beoordeling van het individuele geval. Dit betekent dat het verlenen van bijzondere bijstand in principe een ‘open eind’ regeling is. Het is echter niet zo dat de mogelijkheden voor het verlenen van bijzondere bijstand niet is begrensd. Uit de wet en de jurisprudentie blijkt dat de uitvoering van artikel 35 van de wet aan strenge regels is gebonden.
Uit de jurisprudentie blijkt vaak dat er besluiten bijzondere bijstand worden genomen waarbij wordt gemeend dat er beoordelingsvrijheid of beleidsvrijheid mogelijk is. Dat is nadrukkelijk niet het geval, de verlening van bijzondere bijstand is een gebonden bevoegdheid. Voor het oordeel of de kosten kunnen worden voldaan uit een inkomen op bijstandsniveau heeft het college enige beoordelingsvrijheid. Voor het oordeel of de kosten kunnen worden voldaan uit de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm heeft het college wel beoordelingsvrijheid. In de praktijk wordt gesproken over draagkracht.
Er is sprake van buitenwettelijk begunstigd beleid als het college - terwijl geen recht bestaat op bijzondere bijstand - dat recht toch aanneemt. De bestuursrechter beoordeelt alleen of het college consistent heeft gehandeld conform dat beleid.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Bijzondere bijstand als maatwerk, hoe werkt het?
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Ridderkerk 2017