Als een belanghebbende tijdelijk niet kan beschikken over voldoende inkomen voor het levensonderhoud, dan kan het college overbruggingsbijstand verlenen. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt individueel bepaald maar bedraagt nooit meer dan de toepasselijke bijstandsnorm plus de eventuele woonkostentoeslag. De bijzondere bijstand wordt in de vorm van een lening verstrekt als belanghebbende op korte termijn over middelen beschikt. Dit kan ook worden toegepast bij statushouder die wachten op de toekenning van een toeslag van de Belastingdienst maar het te lang duurt voordat de uitbetaling daarvan zal plaatsvinden. In de toekenningsbeschikking wordt opgenomen dat de te verlenen bijzondere bijstand moet worden terugbetaald als de toeslag is ontvangen.
Hoofdstuk 4 › § 1.
Artikel 4.4
Overbruggingsbijstand
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Ridderkerk 2017