De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de ambtenaar:
die in de periode van 00.00 uur tot 05.00 uur arbeid verricht als gevolg van een oproep, voordat zijn eerstvolgende dienst aanvangt een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 8 uren waarin hij geen arbeid verricht die een gevolg is van een oproep, of
die in de periode van 05.00 uur tot 06.00 uur arbeid verricht als gevolg van een oproep, in de periode van 24 aaneengesloten uren welke periode aanvangt om 06.00 uur een onafgebroken rust heeft van ten minste 8 uren waarin hij geen arbeid verricht die een gevolg is van een oproep.
Voor zover de rusttijd, genoemd in het eerste lid, binnen de reguliere arbeidstijd valt, wordt de ambtenaar voor deze uren vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden.
Indien de ambtenaar dat wenst en indien de dienst het toelaat, kan hij aansluitend aan de rusttijd op reguliere wijze verlof opnemen, welke uren zullen worden afgeschreven van zijn verloftegoed.