Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Raadsbesluit Parkeerverordening 2018

Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag een parkeervergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. Een bewonersparkeervergunning (I en II) kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig, wanneer deze volgens de Basisregistratie Personen als ingezetene staat ingeschreven op een adres waar belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen in de directe nabijheid aanwezig zijn. Een bewonersparkeervergunning I wordt als bewonersparkeervergunning II aangemerkt als de eigenaar of houder van een motorvoertuig beschikt over een eigen adequate parkeervoorziening in de directe nabijheid van de woning. Om als adequate parkeervoorziening te worden aangemerkt gelden minimale afmetingen van 2.60 x 4.60 m. Per adres geldt een maximum van twee bewonersvergunningen. Personen die volgens de Basisregistratie Personen als ingezetene staan ingeschreven op een adres waar belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen in de directe nabijheid aanwezig zijn, kunnen voor hun bezoek dagvergunningen (bezoekerskaarten) aanschaffen. Burgemeester en wethouder kunnen op aanvraag aan iedere eigenaar of houder van een motorvoertuig een algemene parkeervergunning verlenen voor de gebieden I en II. Een ondernemersparkeervergunning voor de gebieden I en II wordt alleen verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig, wanneer deze volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel een onderneming heeft in gebied I. Per inschrijving bij de Kamer van Koophandel wordt maximaal één ondernemersparkeervergunning verleend. Burgemeester en wethouders kunnen aan een parkeervergunning beperkingen verbinden die betrekking hebben zowel de te gebruiken parkeerplaatsen als op de tijdstippen waarop de parkeervergunning van kracht is. Burgemeester en wethouders kunnen aan een parkeervergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van alle in dit artikel bedoelde voorschriften, wanneer dit niet strijdig is met het beschermen van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.

Rechtspraak bij dit artikel