Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Raadsbesluit Parkeerverordening 2018

Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan: een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking wordt gesteld; een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is verstreken. Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend voor het parkeren op de betreffende parkeerapparatuurplaatsen en niet gehandeld wordt in strijd met de aan die vergunning verbonden voorwaarden. Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen die geparkeerd staan op parkeerapparatuurplaatsen terwijl op grond van de Parkeerbelastingverordening 2018 naheffingsaanslagen zijn opgelegd wegens het niet betalen van het verschuldigde parkeergeld. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel