Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de jongere in de
gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van de jongere kan achterwege worden gelaten
indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de jongere reeds eerder in de gelegenheid is gesteld
zijn zienswijze naar voren te brengen en zich
sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden
hebben voorgedaan;
de jongere niet heeft voldaan aan een verzoek van
het college of van een derde aan wie het college met
toepassing van artikel 11, vierde lid, van de wet,
werkzaamheden in het kader van de wet heeft
uitbesteed, om binnen een gestelde termijn
inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel
44 van de wet; of
het college het horen niet nodig acht voor het
vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate
van verwijtbaarheid.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren gemeente Lingewaard