De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet
bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens
woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet
bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met
één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft;
De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet
bedraagt 5 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met
één of beide ouders in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft;
In afwijking van de leden 2 en 3 bedraagt de toeslag 20 procent van de
gehuwdennorm indien de kosten van huur of hypotheek voor de jongere
hoger zijn dan 18% van het netto wettelijk minimumloon.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Toeslagen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren gemeente Lingewaard