Naar hoofdinhoud
1.. Het college besluit, voor zover dit niet in de begroting is opgenomen, niet over: het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 75.000 en het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen; de aan-en verkoop van onroerende goederen en gronden groter dan € 75.000. dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 2. . Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën , hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. 3. . Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven. 4. . Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de grondexploitaties en de investeringen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel