**1..** In deze regeling wordt verstaan onder:
Raadslid: een lid van de gemeenteraad;
Burgemeester en wethouders: de burgemeester en de wethouders vormen samen het college van burgemeester en wethouders;
Wethouder: een lid van het college van burgemeester en wethouders zoals benoemd conform artikel 35 van de Gemeentewet;
Commissie: de commissie ingesteld door de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester, als bedoeld in artikel 82, 83 en 84 van de Gemeentewet;
Commissielid: een lid van een door de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester ingestelde commissie, dat niet tevens lid van de raad is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd;
Fractie: het lid of de leden van de gemeenteraad, dat of die aan de voorzitter van de gemeenteraad te kennen heeft of hebben gegeven alleen of tezamen tot een afzonderlijke politieke groepering te behoren;
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: Koninklijk besluit van 22 maart 1994 (Stbl. 244)
Rechtspositiebesluit wethouders: Koninklijk besluit van 22 maart 1994 (Stbl. 243);
Rechtspositiebesluit burgemeesters 1994: Koninklijk besluit van 15 juni 1994 (Stbl. 462).
**2..** De bepalingen van deze verordening zijn gegeven ter invulling van en deels ter aanvulling op de regelgeving genoemd onder lid 1, sub f tot en met i, en de daarop gebaseerde rijksregelgeving.
HOOFDSTUK I
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening geldelijke, secundaire en facilitaire voorzieningen van het gemeentebestuur (8.6)