Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Termijnen van betaling

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN LEGES WASSENAAR 2018

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 5: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2.. Indien het verschuldigde bedrag niet op het in het eerste lid genoemde tijdstip kan worden vastgesteld moeten de leges, in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 worden betaald indien het betreft: de afgifte van een stuk of het verstrekken van inlichtingen, op het tijdstip waarop dat stuk wordt afgegeven, onderscheidenlijk die inlichtingen worden verstrekt; de afgifte van een vergunning, ter zake waarvan het bedrag van de verschuldigde leges wordt berekend in verhouding tot een begroting van kosten, binnen acht dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving; een niet onder a of b genoemd geval, binnen 14 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving, de nota of de andere schriftuur. 3.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. 4.. In de in het tweede lid genoemde gevallen kan de gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet vorderen, dat ter voldoening van de verschuldigde leges een voorlopig gevorderd bedrag wordt betaald. Bedoeld bedrag wordt vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarop het te vorderen bedrag van de leges vermoedelijk zal worden vastgesteld. 5.. Het voorlopig gevorderde bedrag wordt in mindering gebracht op het vastgestelde gevorderde bedrag van de verschuldigde leges.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel