Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

“Artikel 2 of 3 Opiumwet”

Onderdeel van Nota Damoclesbeleid gemeente Hulst 2017

In artikel 13b Opiumwet wordt verwezen naar lijst I en II van de Opiumwet. Artikel 2 Opiumwet verwijst naar middelen Artikel 3 Opiumwet verwijst naar middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van art. 2, lid 2, Opiumwet aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van art. 3, lid 2, Opiumwet aangewezen bij ministerieel besluit op grond van art. 2, lid 3, Opiumwet de middelen die op lijst I staan, dan wel zijn of worden aangewezen vallen onder de categorie HARDDRUGS de middelen die op lijst II staan, dan wel zijn of worden aangewezen vallen onder de categorie SOFTDRUGS Dit beleid gaat niet alleen over drugshandel in de traditionele zin van het woord. De hennepteelt en handel in Nederland is de afgelopen 20 jaar zo geprofessionaliseerd en gecriminaliseerd dat enkel de hennepteelt al tot dusdanige overlast en verstoring van de openbare orde leidt dat hier tegen opgetreden dient te worden. Het houden van een hennepplantage waarbij er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatige teelt, beschouwen we in dit beleid als drugshandel in de zin van artikel 13b Opiumwet. Van belang hierbij is dat uit vaste jurisprudentie volgt dat uit het woord ‘daartoe’, zoals genoemd in artikel 13b Opiumwet, volgt dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs de bevoegdheid geeft tot toepassing van 13b Opiumwet. Het is niet nodig dat er bewijs is van daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking. Het is aan betrokkene om het tegendeel aannemelijk te maken. Verder is van belang dat de werking van de Opiumwet zo ver reikt dat 13b Opiumwet ook kan worden toegepast als het gaat om delen van de (hennep)plant indien de hars hier niet aan onttrokken is. Dit volgt uit artikel 1, eerste lid, sub b en lijst II van bijlage 1 van de Opiumwet. In het vervolg van deze beleidsregel dient daar waar over drugshandel, handel of illegale verkooppunten wordt gesproken ook te worden begrepen hennepplantages. In de Aanwijzing Opiumwet1Zie http://wetten.overheid.nl/BWBR0036356/2015-03-01 van het Openbaar Ministerie is vastgelegd wat wordt aangemerkt als een “geringe hoeveelheid voor eigen gebruik”. Een grotere hoeveelheid wordt aangemerkt als een handelshoeveelheid. Wij sluiten aan bij de Aanwijzing Opiumwet. Invulling door het OM sinds januari 2016 is als volgt: voor harddrugs geldt dat meer dan 0,5 gram harddrugs (bijvoorbeeld cocaïne / amfetamine), 1 pil / tablet (bijvoorbeeld XTC), 1 bolletje, 1 wikkel en 5 ml GHB (bijvoorbeeld 1 ampul / buisje / consumptie-eenheid GHB) wordt aangemerkt als een handelshoeveelheid. Voor hennepproducten geldt dat meer dan 5 gram wordt aangemerkt als een handelshoeveelheid. Bij hennepkwekerijen wordt de aanwezigheid van maximaal vijf planten in beginsel aangemerkt als een “niet-bedrijfsmatige teelt”. Daarbij wordt echter ook de mate van professionaliteit van de kwekerij en het winstoogmerk in beschouwing genomen. Voor softdrug qat geldt dat meer dan 1 bundel (ca. 200 gram) een handelshoeveelheid is. Voor verdere details en voor paddo’s wordt verwezen naar de meeste recente Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, softdrugs2Zie http://wetten.overheid.nl/BWBR0037984/2016-06-01. In het kader van dit beleid is sprake van een handelshoeveelheid als aangetoond of aannemelijk is dat in het pand sprake is (geweest) van middelen als bedoeld in de meest recente Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie. Het bezit van 6 tot en met 30 gram hennep of 6 tot en met 20 hennepplanten als vermeld op lijst II Opiumwet wordt in het kader van dit beleid beschouwd als een “kleine handelshoeveelheid”.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel