ROW toetst subsidieaanvragen voor een project als bedoeld in artikel 4 aan de volgende vereisten:
het project wordt uitgevoerd binnen de aangewezen werklocaties, zoals opgenomen in bijlage 2 en;
sprake is van het behouden, creëren en/ of uitbreiden van werkgelegenheid en;
het project levert een aantoonbaar positief effect op voor het SGE en;
naast de subsidieaanvrager profiteert, in de vorm van een toename van innovatie en/ of groei, minimaal 1 andere partij binnen de keten van toeleveranciers/ afnemers van het project en;
de subsidieaanvrager investeert, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit het aantrekken van vreemd vermogen dan wel uit verkregen subsidie niet verstrekt door één van de bij de SGE aangesloten bestuursorganen noch de besloten vennootschap Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, minimaal 50% van de totale projectomvang en;
de projectaanvraag heeft betrekking op minimaal een projectomvang van € 2.000.000,-, en;
een brief vanuit de betrokken SGE gemeente waarin het project is gelegen waaruit blijkt dat minimaal is aangegeven dat zij positief staat tegenover het voorgenomen project en zich actief zal inspannen, binnen de wettelijke kaders, om het project (bestuursrechtelijk) mogelijk te maken en;
er sprake is van een sluitende businesscase en;
er is voldoende aangetoond dat het project zonder subsidie niet gerealiseerd kan worden en;
het project waar de aanvraag betrekking op heeft start binnen 1 jaar na datum subsidiebeschikking, waarbij het bestuur de bevoegdheid heeft deze termijn één keer te verlengen.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt een subsidie alleen verleend indien na beoordeling van de businesscase blijkt dat door toevoeging van het project aan ROW, op basis van het worstcase scenario, de gemiddelde revolverendheid van ROW niet onder de 50% uit komt.
Artikel 7
Subsidievereisten
Onderdeel van Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE