Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bedrijf

Onderdeel van Beheersverordening Boschpoort 2017

3.1 Besluitvlakomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: waterstaatsdoeleinden ten behoeve van het functioneren van waterstaatswerken, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'specifieke vorm van bedrijf-waterstaat (sb-w)'; aan de functie onder a. ondergeschikte kantoren; een nutsbedrijf, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'nutsbedrijf (nb)'; wegen en paden; tuinen, erven en verhardingen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; additionele voorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: deze mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd; de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven; het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: deze mogen zowel binnen als buiten het aangeduide bouwvlak worden gebouwd; deze mogen uitsluitend achter de voorgevellijn van bedrijfsgebouwen worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 3 meter; de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 12 meter; carports/overkappingen mogen uitsluitend achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw worden gebouwd, met dien verstande dat: de bebouwde oppervlakte aan carports/overkappingen niet meer mag bedragen dan 30 m2per bouwperceel, met dien verstande dat niet meer dan 50% van het onbebouwde deel van het perceel achter de voorgevellijn mag worden bebouwd; de bouwhoogte van een carport/overkapping niet meer mag bedragen dan 3,5 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 8 meter. 3.2.3 Additionele voorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen gelden de volgende bepalingen: gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen mogen zowel binnen als buiten het aangeduide bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m2. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van: het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; de situering, de oppervlakte en de bouwhoogte van bebouwing en de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de brandveiligheid en rampenbestrijding. 3.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en Wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.2 sub b ten behoeve van het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde vóór de voorgevellijn, mits: geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige kwaliteit; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet worden beperkt; de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor: bedrijfsactiviteiten, anders dan genoemd in artikel 3 lid 1; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van (bedrijfs)woningen; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige kantoren.

Rechtspraak bij dit artikel