Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Verkeer

Onderdeel van Beheersverordening Dousberg 2017

7.1 Besluitvlakomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: wegverkeer; wegen en paden; groenvoorzieningen verband houdende met het (weg)verkeer; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; additionele voorzieningen. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 10 meter; de bouwhoogte van signalerings- en telecommunicatiemasten mag niet meer bedragen dan 40 meter; de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 12 meter; de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 8 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter; overkappingen zijn niet toegestaan. 7.2.3 Additionele voorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen gelden de volgende bepalingen: gebouwen mogen binnen het gehele besluitvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; de oppervlakte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 15 m2. 7.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van: het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; de situering, de oppervlakte en de bouwhoogte van bebouwing en de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de brandveiligheid en rampenbestrijding.

Rechtspraak bij dit artikel