Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Kantoor

Onderdeel van Beheersverordening KPN-locatie 2017

4.1 Besluitvlakomschrijving De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: kantoren; groenvoorzieningen; bestaande wegen; fiets- en voetpaden en overige verhardingen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; additionele voorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; de goothoogte mag niet minder bedragen dan 80% van de onder c. aangegeven maximaal toelaatbare goothoogte; de bouwhoogte mag maximaal 3 meter hoger zijn dan de onder c. aangegeven maximaal toelaatbare goothoogte. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: deze mogen binnen het gehele besluitvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel niet meer mag bedragen dan 1 meter; de totale oppervlakte aan overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m² per bouwperceel, met dien verstande dat deze niet voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd; niet meer dan 50% van het onbebouwde deel van het perceel achter de voorgevellijn mag worden bebouwd; de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 12 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter. 4.2.3 Additionele voorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen gelden de volgende bepalingen: deze mogen zowel binnen als buiten het aangeduide bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m2. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van: het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; de situering, de oppervlakte en de bouwhoogte van bebouwing en de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de brandveiligheid en rampenbestrijding. 4.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en Wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4 lid 2.1 onder c. en artikel 4 lid 2.1 onder d. ten behoeve van een hogere maximale goot- en/of bouwhoogte, met dien verstande dat: dit noodzakelijk wordt geacht voor een betere stedenbouwkundige inpassing; de afwijking niet meer bedraagt dan 20% van de conform artikel 4 lid 2.1 onder c. en artikel 4 lid 2.1 onder d. maximaal toegestane goot- en bouwhoogte. 4.5 Specifieke gebruiksregels Binnen het in artikel 4 lid 2.1 onder a. bedoelde bouwvlak mogen onbebouwde gronden uitsluitend worden gebruikt als tuin, met dien verstande dat maximaal 20% van het onbebouwde oppervlak mag worden gebruikt als parkeergelegenheid.

Rechtspraak bij dit artikel