Naar hoofdinhoud
Het college kan de commissie onderverdelen in kamers met een eigen taakgebied. Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden waaronder een kamervoorzitter en ten minste twee andere leden. Het college wijst de voorzitter van de kamers aan. De kamervoorzitters en de leden van de commissie kunnen elkaar onderling vervangen. Het college kan de kamers verder onderverdelen in twee of meer clusters, elk bestaande uit een voorzitter en ten minste twee leden. Het college wijst de voorzitter van de clusters aan. Op de werkwijze van de kamers en clusters is het bepaalde in deze Verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel