§ 4.4.1 Omschrijving resultaat
Onder de zelfredzaamheid valt ook ‘het voeren van een gestructureerd huishouden’. De wet bevat geen nadere omschrijving van ‘het voeren van een gestructureerd huishouden’. Daaronder kunnen zowel resultaten vallen die bereikt moeten worden op het huishoudelijke vlak en resultaten voor wat betreft een voor de cliënt en zijn kenmerken geschikte woning. De term ‘voeren van een gestructureerd huishouden’ geeft geen duidelijkheid over het onderscheid tussen die resultaten. Wel is er één belangrijke voorwaarde voordat er gecompenseerd kan worden: er moet een woning zijn. Als er geen woning is, is het niet de taak van de gemeente om voor een woning te zorgen. Iedere Nederlandse burger dient zelf voor een woning te zorgen. Bij de keus van een woning wordt uiteraard rekening gehouden met de eigen situatie. Dat betekent ook dat er met bestaande of bekende komende beperkingen rekening wordt gehouden door de cliënt.
Het college moet beperkingen in het normale gebruik van de woning compenseren. Veelal is in deze situaties compensatie noodzakelijk in de vorm van een woonvoorziening. Onder een woonvoorziening wordt verstaan: een voorziening die verband houdt met een maatregel die is gericht op het compenseren van de beperkingen die een cliënt bij het normale gebruik van zijn woning ondervindt. Het normale gebruik van de woning omvat de elementaire woonfuncties of te wel de activiteiten die de gemiddelde bewoner in zijn woning in elk geval verricht. Het gaat daarbij onder andere om slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel, het zich verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daar bij het veilig kunnen spelen in de woonruimte.
Het feit dat alleen problemen bij het normale gebruik van de woning worden gecompenseerd, houdt in dat geen rekening wordt gehouden met voorzieningen met een therapeutisch doel (bijvoorbeeld dialyseruimten, therapeutisch baden). Soms zullen deze voorzieningen vergoed worden vanuit de Zorgverzekeringswet, soms zal men de therapeutische effecten ook kunnen bereiken door de therapie elders te ontvangen.
Voor het gebruik van hobbyruimtes en studeerkamers wordt geen passende maatwerkvoorziening getroffen, aangezien het daarbij niet gaat om ruimten met een elementaire woonfunctie. Evenmin wordt er rekening gehouden met problemen die een incidenteel karakter hebben, dan wel voorzieningen die puur als noodvoorziening hebben te gelden (bijvoorbeeld incidenteel gebruikte en niet-essentiële onderdelen van de woning respectievelijk vluchtvoorzieningen of branddeuren).
Uniforme resultaatomschrijving:
Wonen in een geschikt huis
a. De woning is toe- en doorgankelijk.
b. Client kan gebruik maken van elementaire woonruimtes.
c. Een cliënt verblijvend in een Wlz-instelling kan één woning in de gemeente bezoeken
§ 4.4.2 Beoordelingskader
Bij het beoordelen van de aanspraak wordt gekeken naar het algemene beoordelingskader (zie § 3.1), de algemene toegangscriteria (zie § 3.2) en algemene weigeringsgronden (zie § 3.3). Daarnaast moet worden beoordeeld of de cliënt voldoet aan de geldende criteria (zie 4.4.2.2).
4.4.2.1Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn voorzieningen waarvan, gelet op de omstandigheden van betrokken cliënt, aannemelijk is te achten dat de cliënt daarover zou (hebben kunnen) beschikken, ook als hij of zij geen beperkingen had. Er moet altijd in het individuele geval worden bekeken of de voorziening voor de cliënt algemeen gebruikelijk is. Enkele voorzieningen zijn die vaak algemeen gebruikelijk zijn:
eenhendelmengkranen
centrale verwarming
verhoogd toilet (6+ en 10+)
keramische kookplaat
douchekop op glijstang
zonwering incl. elektrische bediening
handgrepen/wandbeugels tot 50 cm
waterbed
douchestoel
thermostatische mengkranen
wasdroger
wasmachine
toiletverhoger
douche of douchecabine
douchekruk
2e trapleuning
keukenapparatuur
automatische garagedeuren
(losse) airco units/installaties in auto/woning
stofzuiger
mobiele telefoon
telefoonabonnement
Verhuizing algemeen gebruikelijk
Een verhuizing wordt eveneens algemeen gebruikelijk geacht. Volgens gegevens van het Planbureau voor de Leefomgeving verhuizen Nederlanders gemiddeld zeven keer in hun leven. Dat is dus gemiddeld één keer in de tien jaar. Het verhuizen behoort voor een ieder dus tot het normale leven en een ieder heeft dus enkele malen in het leven verhuiskosten. In uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld bij een plotseling noodzakende verhuizing, kan wel een verhuiskostenvergoeding in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt.
4.4.2.2Criteria
Aard van de materialen of slechte staat onderhoud(artikel 3.3 Verordening)
Vloeien de problemen bij het normale gebruik van de woning voort uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of de slechte staat van het onderhoud, dan weigert het college de maatwerkvoorziening. Daarbij valt te denken aan astmatische klachten of allergische reactie door bepaalde vloerbedekking, een houten vloer die doorbuigt of vocht en tocht door achterstallig onderhoud van de woning.
Bij achterstallig onderhoud wordt van de cliënt verwacht dat hij zelf pogingen onderneemt om de gebreken te (laten) oplossen. Dat betekent dat de cliënt bijvoorbeeld zijn verhuurder moet aanspreken en dat maatwerkvoorziening wordt afgewezen. Een afwijzing blijft achterwege als de cliënt regelmatig goede pogingen heeft ondernomen om de gebreken (met name vocht- en schimmelproblemen) door de verhuurder te laten oplossen én er, het oog op de gezondheidstoestand van cliënt, binnen redelijkerwijs aanvaardbare tijd geen uitzicht is op het verhelpen van de problemen door de verhuurder.
Hoofdverblijf(artikel 3.3 Verordening)
De gemeente is alleen verplicht tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening indien de cliënt een
feitelijk woon- en verblijfadres heeft in de gemeente. De vraag in welke gemeente de cliënt woonplaats heeft, moet worden beantwoord aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. De GBA-gegevens vormen bij de bepaling van de woonplaats slechts een belangrijke aanwijzing, maar ze zijn niet doorslaggevend. Onder het begrip woonachtig moet worden verstaan hetgeen in het normale spraakgebruik daaronder wordt begrepen, te weten het hebben van een plaats waar iemand gewoonlijk verblijft en alwaar het centrum van diens dagelijkse sociale en economische activiteiten is gelegen. Het gaat dus om de feitelijke situatie. Bij het aanhouden van een postadres en het niet meer feitelijk verblijven in de gemeente, rust er geen verplichting op de gemeente.
In uitzonderingssituaties is er sprake van twee hoofdverblijven. Daarbij moet worden gedacht aan kinderen met beperkingen van gescheiden ouders, die in co-ouderschap door beide ouders worden opgevoed en daadwerkelijk de ene helft van de tijd bij de ene ouder wonen en de andere helft van de tijd bij de andere ouder. Alleen in die situaties geldt een compensatieplicht in beide ouderlijke woningen (mits beide woningen ook daadwerkelijk in de gemeente zijn gesitueerd), en niet in situaties waarin sprake is van bezoekregelingen. Wel geldt onverkort dat gezocht dient te worden naar een reeds aangepaste woning of de goedkoopst aan te passen woning.
Gemeenschappelijke ruimten(artikel 3.3 Verordening)
De eigenaar van een wooncomplex is primair verantwoordelijk voor het aanbrengen van voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten. De gemeenschappelijke ruimten kunnen worden aangepast indien zonder deze aanpassingen de woonruimte voor de cliënt ontoegankelijk blijft en de eigenaar niet bereid is dit te financieren en schriftelijk heeft verklaard, dat er geen bezwaar is tegen het aanbrengen van de voorziening. De navolgende aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten komen in aanmerking voor vergoeding: automatische deuropeners, hellingbanen, extra trapleuningen, verbrede toegangsdeuren, vlonders en een opstelplaats voor de rolstoel. Overige voorzieningen aan gemeenschappelijke ruimten zijn in principe uitgesloten.
Verhuizen naar de beschikbare, meest geschikte woning (artikel 3.3 Verordening)
Uitgangspunt is dan dat de cliënt moet verhuizen naar een geschikte woning en indien geen geschikte woning beschikbaar is, naar de woning die het goedkoopst passend te maken is. Maatwerkvoorzieningen die worden aangevraagd naar aanleiding van een verhuizing naar een niet passende woning zullen worden afgewezen. In die niet passende woning zal de cliënt immers beperkingen ondervinden. Deze weigering leidt tot uitzondering als het college schriftelijk toestemming verleent aan de cliënt te verhuizen.
Renovatie of aanpassing aan de eisen van de tijd (artikel 3.3 Verordening)
Het louter renoveren van een woning of het aanpassen daarvan aan de eisen van de tijd (bijvoorbeeld het vervangen van een lavet door een douche) is de verantwoordelijkheid van de cliënt zelf of de woningcorporatie.
Eigenaar verantwoordelijk (artikel 3.3 Verordening)
Bij de beoordeling of een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, mag soms wel meegenomen worden dat een cliënt daadwerkelijk aanspraak heeft op een voorziening op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst. Denk hierbij aan dat de woningeigenaar verantwoordelijk is voor het treffen van voorzieningen. Als een woning niet voldoet aan de op grond van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of contractuele bepalingen, geldende vereisten, dan hoeft er geen maatwerkvoorziening getroffen te worden.
Meerkosten bij nieuwbouw of renovatie (artikel 3.3 Verordening)
Ook wordt een woonvoorziening afgewezen indien de voorziening bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kan worden meegenomen.
Woonruimte die niet geschikt is voor permanente bewoning (artikel 3.3 Verordening)
De aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt geweigerd indien verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden. Naar het oordeel van de CRvB is dit toegestaan (zie ECLI:NL:CRVB:2011:BR4180). In een uitspraak heeft de CRvB geoordeeld dat het college een aanvraag terecht heeft afgewezen omdat een cliënt is verhuisd naar een sociaal pension. Een sociaal pension is volgens de CRvB een tijdelijke woonruimte en niet bestemd voor permanente bewoning.
4.4.2.3Afschrijvingstermijnen (artikel 3.2 Verordening)
Indien er een beroep wordt gedaan op compensatie vanuit de wet zijn onderstaande afschrijvingstermijnen van belang voor het bepalen van de mate van compensatie. Indien de te vervangen voorziening economisch nog niet is afgeschreven, bestaat er geen aanspraak op een vervangende voorziening. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn:
15 jaar:
intercominstallatie
standaard keukenaanrechtblok en bovenkastjes
20 jaar:
het (her)inrichten of renoveren/moderniseren van een douche- of badruimte
25 jaar:
spouw-, gevel-, dak- en/of vloerisolatie;
grotere bouwkundige ingrepen of renovaties, m.u.v. isolerend glas en cv
30 jaar:
grotere verbouwingen in combinatie met uitbreidingen
Bovenstaande afschrijvingstermijnen zijn richtlijnen, een en ander is mede afhankelijk van de kwaliteit van het materiaal en het uitvoeringsniveau. Van de genoemde afschrijvingstermijnen kan dus worden afgeweken als daartoe aanleiding is.
§ 4.4.3 Veel voorkomende woonvoorzieningen
4.4.3.1Woningaanpassingen en losse woonvoorzieningen
In deze paragraaf worden enkele voorkomende woningaanpassingen en losse woonvoorzieningen nader toegelicht en worden voorwaarden genoemd waaronder de cliënt aanspraak kan maken op de voorziening. Voor alle indicaties geldt dat wat vermeld staat onder de (selectie)factoren in de advisering tot uiting moet komen. De genoemde voorzieningen en (selectie)factoren zijn geen limitatieve opsomming.
Meestal zal een losse woonvoorziening een goedkoop en passend alternatief zijn voor een woningaanpassing. Een voorbeeld: in plaats van een vaste plafondlift als transferhulpmiddel kan ook een losse tillift worden verstrekt of een transferplank. Ook zal bij voorkeur met losse voorzieningen worden gewerkt in situaties waarin mensen wachten op opname in een zorginstelling of in andere situaties waarin de voorziening langdurig noodzakelijk is, maar waarin de verstrekking van vaste woonvoorzieningen als risico met zich meebrengt dat deze voorziening op zichzelf niet efficiënt is. Voorbeelden zijn terminale situaties, maar ook situaties van mensen die in een slooppand wonen.
Kosten van woningaanpassingen
De volgende kosten in het kader van een woningaanpassing kunnen voor vergoeding in aanmerking komen:
De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening;
Deze dient duidelijk gespecificeerd te worden per onderdeel in materiaal/materieelkosten en manuren. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, dan vervalt de post loonkosten en worden alleen de materiaalkosten als subsidiabel aangemerkt.
De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;
Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking;
Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in BNA 2005 van de BNA.
Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking. Het betreft dan veelal de ingrijpendere woningaanpassingen;
De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;
De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
Renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden, volgens bijgaande tabel.
De onderstaande tabel geeft het aantal m2 weer waarvoor ten hoogste een maatwerkvoorziening kan worden verleend, aangegeven per vertrek in een zelfstandige woning.
Soort vertrek
Aanbouw
Uitbreiding
Woonkamer
30
6
Keuken
10
4
Eenpersoonsslaapkamer
10
4
Tweepersoonsslaapkamer
18
4
Toiletruimte
2
1
badkamer:
wastafelruimte
doucheruimte
badruimte
2
3
4
1
2
2
entree/gang/hal
5
2
Berging
6
4
Het aantal m2 verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot een woonruimte, dan wel tussen een tweede ingang en een berging en/of tuinpoort dat bij het nieuw aanleggen van paden, dan wel bij het aanpassen van bestaande paden ten hoogste voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt bedraagt 20 m2.
De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
Deze kostenverhogende werkzaamheden moeten vóór de uitvoering van deze werkzaamheden schriftelijk of telefonisch en bij de gereedmelding van de werkzaamheden achteraf schriftelijk gemeld worden.
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
Hiermee worden de aantoonbare kosten ten behoeve van de constructie, de energieprestatienorm, het bodemonderzoek en het geluidrapport bedoeld, indien deze kosten voor advies noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van de benodigde toestemmingen als bedoeld in de woningwet;
De kosten van aansluiting op een openbare nutsvoorziening;
De administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de cliënt, voor zover de kosten onder 1 tot en met 11 meer dan € 1.000 bedragen, 5% van die kosten, met een maximum van € 350.
Programma van Eisen
In het programma van eisen (programma van eisen) staat aan welke eisen de woningaanpassing dient te voldoen qua afmeting en inrichtingselementen. Het is gebaseerd op de beperkingen van de cliënt waarbij tevens rekening wordt gehouden met gebruik van eventuele hulpmiddelen. Op basis van een programma van eisen wordt een situatieschets/ bouwtekening en kostenberekening gemaakt.
Duurder en groter is zeker toegestaan (mits de bouwregelgeving hierin niet belemmerd), maar dan komen de meerkosten hiervan voor rekening van de cliënt.
De woningeigenaar dient in dat geval een separate offerte en/of tekening te laten maken waarbij niet alleen de meerkosten in de offerte, maar ook de kosten van het laten maken van een 2e offerte en tekening voor rekening van de woningeigenaar is.
Dit geldt ook voor elementen/aanpassingen die niet zijn geïndiceerd, dus niet zijn opgenomen in het programma van eisen.
De woningaanpassing mag op de volgende punten afwijken van het programma van eisen:
Groter, d.w.z. méér vierkante meter dan de verstrekte indicatie.
De geïndiceerde vierkante meters dienen in het programma van eisen te staan. De zogenaamde ‘overmaat’ t.o.v. de minimaal noodzakelijk afmetingen oppervlak wordt niet verstrekt. In deze Beleidsregels zijn de maximale aantal vierkante meter vastgelegd waarvoor voorziening kan worden verstrekt bij uitbreiding of aanbouw van ruimten. Als het gaat om uitbreiding of aanbouw van ruimten worden deze maxima aangehouden, tenzij medische noodzaak een ander maximum vergt.
Duurder, d.w.z. wanneer:
het programma van eisen wordt uitgevoerd in combinatie met renovatie
er gekozen wordt voor geen standaard materiaalgebruik maar meer luxe materiaalgebruik
beleid verhuurder. Dit beleid kan soms afwijken van de standaard materiaalgebruik.
verstrijken/overschrijding afschrijvingstermijn van voorzieningen. Wanneer deze verstreken is, is vergoeding voor eigen rekening. Vergoeding van eventuele meerkosten kan wel vergoed worden.
Het afwerking- en uitrustingniveau
Voor het vaststellen van de verstrekking geldt het uitgangspunt: “De goedkoopst, passende oplossing”. Het uitrustingsniveau is het niveau van de sociale woningbouw. Daarnaast is het geldend Bouwbesluit leidend. Bij het realiseren van met name een nieuwe badkamer zijn soms voorzieningen nodig om het uitrustingsniveau van de sociale woningbouw te ‘behalen’ terwijl deze mogelijk algemeen gebruikelijk zijn. Denk hierbij bijv. aan het tegelwerk, een standaard wastafel, kraan en toilet. Deels zijn de voorzieningen noodzakelijk om aan het Bouwbesluit te voldoen (bijv. tegelwerk) en soms zijn deze voorzieningen ook nodig voor bijv. verzorgers. In beide gevallen dienen de kosten hiervoor wel subsidiabel gesteld te worden.
4.4.3.2Uitraasruimte
Een uitraasruimte is een prikkelarme verblijfsruimte waarin een cliënt die vanwege een aantoonbare gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan komen zonder lichamelijk gevaar voor zichzelf; alsmede om ouders/verzorgers in staat te stellen van buitenaf beter toezicht uit te oefenen (bijvoorbeeld door middel van een kijkgaatje).
Doelgroep
Kinderen of jong volwassenen met een psychische beperking waarbij niet te corrigeren ernstig ontremd gedrag optreedt, dat als fysieke uitingsvorm van een verstandelijke handicap een verhoogde kans oplevert op het bij het normale gebruik van de woning ontstaan van schade aan de lichamelijke gezondheid en wanneer dit risico van fysiek letsel niet kan worden beheerst door in redelijkheid te vergen oppas- of andere maatregelen.
Vooralsnog zijn veel aanvragen afkomstig van ouders van kinderen met een stoornis uit het autistisch spectrum, maar ook andere aandoeningen kunnen ernstig ontremd gedrag vertonen, bijvoorbeeld fragiele x- syndroom, Turner syndroom, Prader- Willi syndroom, niet aangeboren hersenletsel, kinderen met een verstandelijke handicap.
Omvang
Een uitraasruimte met een afmeting van 5 m² voldoet aan de norm van het Bouwbesluit (minimale afmeting van een verblijfsruimte). Waar mogelijk zullen bestaande ruimten worden aangepast. Op individuele basis moet worden vastgesteld aan welke eisen de uitraasruimte moet voldoen.
Daarbij kan gedacht worden aan:
Een prikkelarme inrichting bevat als regel een zit- en een ligvoorziening.
De gebruikte materialen zijn deugdelijk, slagvast en kunnen niet losgetrokken worden.
De cliënt moet zich niet kunnen verwonden tijdens zijn verblijf in de uitraasruimte indien hij/zij automutilerend gedrag vertoont wat daartoe zou kunnen leiden.
Er bestaat geen noodzaak tot het verstrekken van een uitraasruimte indien er sprake is van een op handen zijnde uithuisplaatsing
4.4.3.3Woningsanering
Men kan in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget voor woningsanering die als gevolg van COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease: chronische aandoeningen aan de luchtwegen) noodzakelijk is. Ook bij allergieën bijv. contactallergieën waarbij de klachten voortvloeien uit de aard van de gebruikte stoffen (bijv. contactallergieën tegen oplosmiddelen, verfstoffen, huismijt en dergelijke) behoort het treffen van voorzieningen tot deze Verordening. Sanering is slechts mogelijk als een duidelijke diagnose is gesteld door de huisarts of de longarts.
De noodzaak voor een woningsanering, wordt mede in relatie tot het levenspatroon en leefregels, de gehele woninginrichting en ventilatiemogelijkheden en -gedrag bepaald. Het college kan hierover advies vragen eventueel met inschakeling van een gespecialiseerde COPD-verpleegkundige.
Verwacht wordt dat de cliënt zich in het vervolg bij de aanschaf van nieuwe materialen aan het programma van eisen voor de woninginrichting zal houden. Ook mag verwacht worden dat de cliënt zelf maatregelen treft ter voorkoming van COPD-klachten. Vocht en tocht komen in iedere woning voor. Het wegnemen hiervan valt niet onder de compensatieplicht van de wet. Evenmin geldt dit voor slecht onderhoud, in of aan de woning gebruikte materialen waaruit mogelijke giftige stoffen vrijkomen (bijvoorbeeld formaldehyde-gas uit spaanplaat of asbestvezels bij asbestplaten), dan wel de giftige werking van het materiaal zelf.
In de regel kan een persoonsgebonden budget worden verstrekt indien:
de cliënt bij de aanschaf niet van tevoren had kunnen weten dat COPD zou ontstaan/verergeren;
vervanging van het artikel medisch gezien op zeer korte termijn noodzakelijk is.
Een persoonsgebonden budget wordt niet verstrekt indien:
het treffen van een voorziening niet tot verbetering van de situatie van cliënt leidt;
cliënt bij aanschaf van het artikel redelijkerwijs had kunnen weten dat hij overgevoelig op bepaalde stoffen reageert.
De woningsanering betreft in de regel het vervangen van tapijt in het slaapvertrek. De woonkamer kan ook worden gesaneerd indien de cliënt jonger is dan vier jaar. Ook kan het voor de gebruiker van een rolstoel noodzakelijk zijn dat de gewone vloerbedekking wordt vervangen door rolstoelvast tapijt. Ook dan kan woningsanering worden verstrekt. De woningsanering wordt alleen verstrekt aan personen waarbij het probleem zich acuut voordoet.
Bij een verhuizing wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt, omdat bij verhuizing de woning opnieuw moet worden ingericht en dan rekening kan worden gehouden met de ondervonden klachten.
4.4.3.4.
Bezoekbaar maken
Het college kan, indien de cliënt in een Wlz-instelling verblijft, bijdragen aan het bezoekbaar maken van één woning in de gemeente. Het bezoekbaar maken geldt voor cliënten die geen ingezetene zijn, maar een woning in de gemeente willen bezoeken. Het betreft hier dan ook een buitenwettelijke voorziening.
Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan het middels een woonvoorziening bewerkstelligen dat de cliënt de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan bereiken bij een bezoek aan de ouders.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 4.4