De krachtens deze verordening verleende aanwijzing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
indien op grond van verandering van omstandigheden of inzichten opgetreden of bekend geworden na het aanwijzingsbesluit moet worden aangenomen dat de intrekking of wijziging moet worden gevorderd in het belang van de uit te voeren werkzaamheden als omschreven in artikel 3 of indien de gemeente het om andere redenen noodzakelijk acht de uitvoering van belastingtaken op een andere wijze in te richten.
indien de aan de aanwijzing verbonden voorschriften en/of beperkingen geheel of gedeeltelijk niet zijn of niet worden nagekomen;
indien de opdrachtnemer aan wie het uitsluitend recht wordt verleend zulks verzoekt.