Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Bevoegdheid College

Onderdeel van Verordening Starterslening Kaag en Braassem 2017

1.. Het College is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, een Starterslening toe te wijzen. 2.. Het College stelt de hoogte van de Starterslening vast, met dien verstande dat de hoogte van de Starterslening maximaal 20 % bedraagt van de koopprijs inclusief verbeterkosten/meerwerk (indien de getaxeerde marktwaarde voor eventuele verbouwingen lager is dan de koopprijs, geldt de marktwaarde als uitgangspunt voor de berekening van de hoogte van Starterslening) met een maximum van € 30.000,-. 3.. Het College wijst een aanvraag Starterslening af, in geval er sprake is van stapeling met andere koopinstrumenten, (rente)kortings- of financiële regelingen, die strijdig zijn met de Starterslening en/of de belangen aantasten van aanvrager, NHG of eerste geldverstrekker. 4.. Zowel de eerste hypotheek als de Starterslening moet worden verstrekt met NHG. 5.. Het College kan aan de toewijzing van een Starterslening nadere voorschriften verbinden. 6.. Het College is bevoegd het in het tweede lid genoemde bedrag aan te passen.

Rechtspraak bij dit artikel