Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 8a

Maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen (artikel 3.1. eerste lid en artikel 1.2. en 3.4. Uitvoeringsbesluit Wmo 2015) 2.. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd. 3.. Voor inwoners van de gemeente Noordwijk geldt dat voor alle categorieën personen, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt de bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, verlaagd door het percentage, genoemd in dat lid, te verlagen naar 10%. 4.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb 5.. Voor de kosten voor het gebruik van het collectief vervoer is de cliënt een bijdrage verschuldigd ter hoogte van: De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen jonger dan 65 bedraagt € 1,00 per zone + 1 opstapzone 2Uitzondering inwoners Noordwijk 1: voor inwoners van de gemeente Noordwijk zijn ritten binnen  de eerst zone gratis. Uitzondering inwoners Noordwijk 2: Vervoer naar ziekenhuizen in Haarlem of Haarlemmermeer is in principe gratis, tenzij er andere voorliggende voorzieningen zijn (zoals Wlz of zorgverzekeraar). De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen ouder dan 65 bedraagt € 0,70 per zone + 1 opstapzone 6.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, kunnen de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de betreffende instelling vastgesteld en geïnd 7.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd , door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 8.. De in het vijfde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2018 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de daarvoor geldende index. 9.. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het Dagelijks bestuur zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaatst gestelde bedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel