De Mobiliteitsadviseur en de mobiliteitskandidaat stellen een mobiliteitsplan op, waaruit in ieder geval blijkt:
het al dan niet toekennen van begeleiding en de tijdsduur daarvan;
het al dan niet elders opdoen van werkervaring;
de werkzaamheden die de ambtenaar verricht gedurende de periode dat hij als mobiliteitskandidaat is aangemerkt;
het al dan niet volgen van een opleiding en het daarvoor beschikbare budget;
de tijd die de medewerker beschikbaar heeft voor sollicitatieactiviteiten en andere inspanningen gericht op het vinden van een nieuwe werkkring buiten de organisatie of een nieuwe functie binnen de organisatie;
specifieke flankerende voorzieningen.
Vaststelling van het mobiliteitsplan vindt plaats door de leidinggevende.
De toegekende tijd bedoeld onder e van dit lid 1 bedraagt ten minste 20% van de aanstellingsomvang.