**1..** Krachtens artikel 14, vijfde lid, van de verordening stelt het college de volgende regels voor het gebruik van de van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen vast:
het beheer van de inzamelmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door of namens de gemeente, berust bij de Afdeling Beheer Openbare Ruimte van de gemeente Barneveld; de inzamelmiddelen blijven eigendom van de gemeente en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden;
de afdeling Beheer openbare Ruimte is bevoegd om de container te voorzien van een sticker en chip waarop het adres staat vermeld.
de door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen behoren bij de woning;
de gebruiker van een perceel dient zich tot de afdeling Beheer Openbare Ruimte te wenden indien bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot door of namens de gemeente verstrekt inzamelmiddel wordt aangetroffen of bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een door of namens de gemeente verstrekt inzamelmiddel;
de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware dezen zijn eigendom;
de gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt;
**2..** Krachtens artikel 14, derde, vierde en vijfde lid, van de verordening stelt het college de volgende regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden:
het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in containers dient ordelijk te geschieden zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd. Hierbij moeten de aanwijzingen van de inzameldienst worden opgevolgd;
de aangewezen aanbiedplaatsen voor het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen worden binnen de bebouwde kom gemarkeerd. Wanneer de gemarkeerde aanbiedplaats ontbreekt moet het inzamelmiddel worden geplaatst op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg,
bij het vaststellen van de aanbiedplaatsen streeft het college er naar de afstand van het betreffende woonhuis tot de aanbiedplaats, voor zover deze binnen de bebouwde kom zijn gelegen, niet meer als 200 meter te laten zijn. Wanneer gekozen wordt voor het zelf wegbrengen van huishoudelijk afval als bedoeld in artikel 6 lid 2 kan de afstand naar de aanbiedplaats (veel) groter zijn.
voor woonhuisaansluitingen buiten de bebouwde kom geldt dat de aanbiedplaats bij voorkeur aan de meest dichtbij zijnde gemeentelijke weg worden gesitueerd.
wanneer de afstand van een woonhuisaansluiting tot de meest dichtbij gelegen openbare weg meer dan 200 meter bedraagt zal de inzameling zo mogelijk nabij het woonhuis plaatsvinden.
indien het inzamelvoertuig een particuliere weg moet berijden om te kunnen voldoen aan artikel 9 van de Verordening zal deze particuliere weg in dusdanige staat moeten zijn dat een volledig beladen inzamelvoertuig deze kan berijden zonder de constructie van de weg te beschadigen of wel dat het inzamelvoertuig beschadigd kan worden.
wanneer de weg zoals bedoeld onder sub f niet aan de eisen voldoet die voor het berijden met een inzamelvoertuig aan zo’n weg mogen worden gesteld, zal de eigenaar of eigenaren van deze weg deze ten genoegen van het college herstellen. Indien hieraan na eerste aanschrijving niet wordt voldaan, vervalt de inzameling bij percelen langs deze weg en die welke alleen via deze weg zijn te bereiken. Echter, de verplichting van de betreffende inwoners om hun huishoudelijk afval aan de gemeentelijke inzameldienst of aan de door het college aangewezen inzamelaar aan te bieden, vervalt niet.
indien inzameling van het huishoudelijk afval bij de woning moet plaatsvinden, dient het erf rondom deze woning zodanig vorm te zijn gegeven dat met het inzamelvoertuig veilig kan worden ingezameld en gemanoeuvreerd zodat de kans op schade en ongevallen zo klein mogelijk is.
Het is verboden om nabij inzamelvoorzieningen en op of nabij als container aanbiedplaats duidelijk herkenbaar gemarkeerde plaatsen, voorwerpen te plaatsen of activiteiten te ondernemen die een doelmatige inzameling van afvalstoffen belemmeren.
inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen dienen goed gesloten te zijn en moeten na gebruik goed gesloten worden;
uit de inzamelmiddelen en de inzamelvoorzieningen mag geen huishoudelijk afval steken;
afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de container zijn achtergebleven, dienen onverwijld door de aanbieder uit de container te worden verwijderd;
het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden minicontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 75 kilogram.
tussen de inzamelmiddelen dient een ruimte van 30 cm vrijgelaten te worden.
Artikel 7
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Barneveld