Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 14.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening van de gemeente Rijswijk houdende regels omtrent WMO Verordening 2018 Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor een pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en de samenstelling van zijn huishouden. 2.. Voor alle maatwerkvoorzieningen, geleverd in de vorm van natura of in de vorm van een pgb is een eigen bijdrage verschuldigd, met uitzondering van: een rolstoel; een cliënt die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt; als de maatwerkvoorziening gerealiseerd wordt in een woongebouw waarvan de woning van cliënt onderdeel uitmaakt, én voor zover de voorziening betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw. 3.. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd. 4.. De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage worden vermeldt in artikel 3.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De jaarlijkse parameters worden gepubliceerd in de Staatscourant en zijn eveneens vindbaar op de website van het CAK (Wmo-parameters, tarieven en inkomensgrenzen) 5.. De in het derde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2018 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. 6.. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen. 7.. De berekende eigen bijdrage zal niet worden geïnd door het CAK indien een cliënt een inkomen heeft dat valt in de categorie tot 130% van het sociaal minimum. 8.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb (art. 12 verordening). 9.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening door het CAK vastgesteld en geïnd. 10.. Voor de volgende immateriële voorzieningen wordt een eigen bijdrage gevraagd, zo lang als de hulp/zorg geleverd wordt: begeleiding individueel, maximaal € 14,20 per uur; begeleiding groep, maximaal € 14,20 per dagdeel; kortdurend verblijf (logeren), maximaal € 14,20 per etmaal; gestructureerd huishouden (Hulp bij het huishouden HH 1), € 18,99 per uur; gestructureerd huishouden (Hulp bij het huishouden HH 2), € 22,79 per uur begeleiding voor zintuigelijk gehandicapten, maximaal € 14,20 per uur. 11.. Voor een scootmobiel wordt een eigen bijdrage gevraagd van € 6,00 per periode voor zolang de scootmobiel aan de cliënt is toegekend. 12.. Voor de volgende materiële voorzieningen wordt een eigen bijdrage in rekening gebracht gelijk aan 50% van de kostprijs van de voorziening. De eigen bijdrage voor de materiële voorzieningen worden over de hieronder genoemde maximale periode geheven: voor driewielfietsen, autoaanpassingen: 5 jaar; voor woonvoorzieningen (bv traplift, douche brancard, verrijdbare douchestoel): 5 jaar; voor woningaanpassingen (bv verbouwing/aanbouw/badkameraanpassing): 10 jaar; voor andere voorzieningen voor de technische levensduur van de voorziening. 13.. De eigen bijdrage mag niet worden betaald uit het pgb. 14.. Bij overname van een voorziening van een andere gemeente is voor het overnamebedrag een eigen bijdrage verschuldigd, voor zover de voorziening nog niet is afgeschreven. De eigen bijdrage wordt berekend over de restwaarde van de voorziening. 15.. Indien een Wmo-vervoerspas voor de regiotaxi wordt toegekend ontvangt kan de cliënt 600 zones per jaar reizen tegen een gereduceerd tarief. Voor de opstapzone en de eerste drie gereisde zones per rit geldt een gereduceerd tarief. Het opstaptarief bedraagt € 0,70 (gereduceerd tarief). Het geldende tarief voor de zones bedraagt € 0,70 per zone (gereduceerd tarief). Indien andere vervoersvoorzieningen zijn toegekend wordt maximaal 50% van het aantal zones toegekend. 16.. Ouders van een minderjarige cliënt wordt geen eigen bijdrage opgelegd voor een woningaanpassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel