In beginsel dient het prikklok- en vakantieverlof te worden opgenomen in het betreffende jaar;
Waar in deze richtlijnen gesproken wordt van een streefnorm van 108 uur over te boeken verlof geldt deze grens voor deeltijders naar rato.
Verlof als bedoeld in deze richtlijnen kan bestaan uit: vakantieverlof, prikklokverlof, overwerk verricht binnen 6 weken voor het einde van het kalenderjaar, nog niet opgenomen gespaard verlof, leeftijdsverlof en onregelmatigheidsverlof.
Voorzover het bepaalde in lid 1 niet mogelijk is wordt er naar gestreefd dat maximaal 108 uur verlof wordt overgeboekt naar het volgende kalenderjaar;
Een overboeking van elke vorm van verlof vanaf 108 uur, dient gepaard te gaan met een afbouwafspraak met de direct leidinggevende. Deze afbouwafspraak dient er op gericht te zijn dat het verlof vanaf 108 uur uiterlijk vóór het einde van het volgende kalenderjaar is opgenomen;
Met verlof ontstaan uit overwerk dient bij het aangaan van het overwerk een afspraak met de direct-leidinggevende gemaakt te zijn om te komen tot een op zo kort mogelijke termijn opnemen van dit verlof;
Jaarlijks (vanaf de maand september) ontvangt ieder afdelingshoofd een overzicht van zijn afdeling van het nog resterende verlof, zodat mogelijke toekomstige knelpunten voorkomen kunnen worden;
Bij het in kaart brengen van het nog openstaande verlof aan het einde van het jaar dient voor de beoordeling of er sprake zal zijn van een verlofstuwmeer nagegaan te worden of de ambtenaar meer dan zes maanden ononderbroken ziek is geweest.
Niet opgenomen verlof, waaronder begrepen eventuele van vorige jaren overgeboekt verlof, wordt naar het volgend kalenderjaar overgeboekt.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 6:2:6:2
Verlofstuwmeren
Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling Leidschendam-Voorburg (ARLV)