Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.

Artikel 4:11

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hardenberg 2017

1. . Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. 2. . Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; vruchtbomen, bestemd voor vruchtproductie, en windschermen om boomgaarden; fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal; houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.12c; het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud; het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten; houtopstand die wordt geveld als gevolg van de uitvoering van een (bouw)werk overeenkomstig een vastgesteld bestemmingsplan, een vastgesteld wijzigings- of uitwerkingsplan of een planologische toestemming als bedoeld in artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waarbij bij de vorenstaande ruimtelijke besluiten is aangegeven welke houtopstanden dit betreft; houtopstand, indien voor het vellen daarvan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; houtopstand met een stamomtrek van maximaal 45 cm (gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld) in door het college aan te wijzen gebieden, voor zover deze houtopstand niet valt onder de onderdelen a tot en met k van dit lid; houtopstand met een stamomtrek van maximaal 95 cm (gemeten op 1,30 m hoogte van het maaiveld) buiten de op grond van onderdeel l van dit lid aangewezen gebieden, voor zover deze houtopstand niet valt onder de onderdelen a tot en met k van dit lid; houtopstand, voor zover deze niet valt onder de onderdelen a tot en met m van dit lid, die dood is. 3. . Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel