Het college verleent al dan niet op aanvraag een individuele voorziening voor zover deze naar zijn oordeel noodzakelijk is gelet op het bepaalde in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Het college houdt rekening met de uitkomsten van het gesprek als bedoeld in artikel 6, tenzij daarvan is afgezien op grond van artikel 6, derde lid, of in spoedeisende gevallen. Het college kan een individuele voorziening treffen indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is.
Het college verleent een individuele voorziening na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts voor zover de jeugdhulpaanbieder waar naar is verwezen van oordeel is dat deze noodzakelijk is. Het college kan afwijken van het oordeel van de jeugdhulpaanbieder indien dit niet voldoet aan de professionele standaard.