Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN BEGRAAFRECHTEN 2018

1.. De onderhoudsrechten, bedoeld in 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de tweede helft van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten bedoeld in 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel voor de helft verschuldigd. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in 4.2 en 4.3 en 4.4 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Belastingaanslagen van € 5,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslag verschuldigde bedragen voor het belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.

Rechtspraak bij dit artikel