Een dienstverlenend schip, een werkschip of een passagiersschip, dat zich in een petroleumhaven bevindt, heeft:
een casco dat volledig uit onbrandbaar materiaal bestaat;
een elektrische installatie die erkend veilig is uitgevoerd;
een vonkenvanger op de uitlaatgassenleiding van een verbrandingsmotor;
verwarming-, kook- en koeltoestellen die werken op elektriciteit of een brandbare vloeistof met een vlampunt van 55 graden Celsius of hoger;
aan dek een goed zichtbaar bord geplaatst, krachtens artikel 3.32 van het Binnenvaartpolitiereglement met de strekking dat roken en open vuur verboden is;
een accommodatie die voldoende bescherming biedt tegen het binnendringen van gevaarlijke gassen, en;
tijdens het verblijf in de petroleumhaven een in werking zijnde marifooninstallatie, waarop voortdurend op het betreffende VHF havenkanaal.
Artikel 4.1