Ten minste 30 minuten en ten hoogste 6 uur voorafgaand aan het bunkeren of het onderling overpompen van bunkerolie tussen bunkerschepen, wordt, door de schipper van het brandstofolie pompende bunkerschip, aan de havenmeester gemeld:
de ligplaats waar het bunkeren of overpompen zal plaatsvinden;
de soort en hoeveelheid brandstofolie die gebunkerd of gepompt gaat worden, en;
het tijdstip van aanvang van bunkeren of overpompen.
Ten minste 30 minuten en ten hoogste 6 uur voorafgaand aan het terugpompen van brandstofolie van een zeeschip in een bunkerschip wordt, door de schipper van het brandstofolie ontvangende bunkerschip aan de havenmeester, gemeld:
de ligplaats waar het bunkeren of overpompen zal plaatsvinden;
de soort en hoeveelheid brandstofolie die gebunkerd of gepompt gaat worden, en;
het tijdstip van aanvang van bunkeren of overpompen.
Het Dagelijks Bestuur kan van het in het eerste en tweede lid gestelde vrijstelling verlenen.
De melding bedoeld in het eerste en tweede lid vindt plaats per telefoon of per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal of per e-mail.
Artikel 5.10