Het is verboden met een schip ligplaats te nemen of zich met een schip op een ligplaats te bevinden, tenzij dit geschiedt in een geval als hierna bedoeld:
in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens en nadere aanduidingen als bedoeld in artikel 3.3 of bekendmakingen met dezelfde strekking als een verkeersteken als bedoeld in artikel 3.4;
met instemming van de huurder, erfpachter of eigenaar van de afmeervoorziening direct grenzend aan de ligplaats;
met vergunning of vrijstelling van het dagelijks bestuur
Het Dagelijks Bestuur kan in afwijking van het eerste lid, onder b, het ligplaats nemen of houden van ligplaats verbieden indien dit naar oordeel van het Dagelijks Bestuur de bescherming van de orde, de veiligheid of het milieu in of in de omgeving van de haven in gevaar brengt.
Het Dagelijks Bestuur kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Paragraaf 3
Artikel 3.5