Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Bepaling van de hoogte van de betalingsverplichting

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal Sociale Zekerheid 2018, gemeente Oosterhout

1.. De vordering dient binnen een periode van zes weken na dagtekening van de verzending van het terugvorderingsbesluit te worden voldaan op de in het besluit aangegeven wijze. 2.. De aflossing voor de belanghebbende met een uitkering bedraagt 5% over het inkomen tot aan de vergelijkbare uitkeringsnorm inclusief vakantietoeslag. 3.. De aflossing voor de belanghebbende met een inkomen anders dan onder lid 2 genoemd, bedraagt 5% over het inkomen tot aan de vergelijkbare uitkeringsnorm inclusief vakantietoeslag en vermeerderd met 50% van het meer-inkomen. 4.. Bij de bepaling van de draagkracht ter vaststelling van de aflossingsverplichting, wordt het volledige vermogen van belanghebbende betrokken en kan enkel rekening gehouden worden met: eventueel verschuldigde aflossing voor een lening bij een schuldhulpverleningsinstelling die lid is van de NVVK voor noodzakelijke gebruiksgoederen of schuldsanering; te betalen alimentatie na aftrek van het berekende belastingvoordeel; eigenaarslasten wegens het in eigendom hebben van een woning na aftrek van het berekende belastingvoordeel en onder aftrek van het in de uitkeringsnorm begrepen bedrag voor woonkosten; huurlasten van de woning onder aftrek van recht op huursubsidie en onder aftrek van het in de uitkeringsnorm begrepen bedrag voor woonkosten; aflossingen voor schulden van woonlasten zoals huur- en energielasten, indien deze niet het gevolg zijn van strafbaar handelen van de belanghebbende. 5. . Voor de berekening van de draagkracht ter vaststelling van de aflossingsverplichting voor de belanghebbende die ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen, wordt aansluiting gezocht bij artikel 475d, lid 4, Rv. De draagkracht wordt gevonden door van het inkomen de kosten voor verzorging dan wel verpleging af te trekken en voorts twee derde van de toepasselijke uitkeringsnorm ingevolge artikel 23 van de wet af te trekken. 6. . In afwijking van het gestelde in lid 2 en lid 3 wordt met een betalingsvoorstel van de belanghebbende ingestemd voor zover de aflossing ten minste € 25,00 per maand bedraagt en daarmee de vordering binnen twaalf maanden in haar geheel zal worden afgelost. 7. . Indien de belanghebbende aan een heronderzoek met als doel het vaststellen van zijn aflossingscapaciteit geen medewerking verleent, behoudt het college zich het recht voor om de aflossingsverplichting ambtshalve vast te stellen en op te leggen, met inachtneming van de beslagvrije voet, dan wel om tot invordering van de totale openstaande vordering over te gaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel