Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Afzien van terugvordering bij schulden

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal Sociale Zekerheid 2018, gemeente Oosterhout

1.. Het college kan op schriftelijk verzoek van de belanghebbende besluiten geheel of gedeeltelijk af te zien van terugvordering, van verdere terugvordering of van invordering indien: redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en de vordering van het college wegens teruggevorderde bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. 2.. Het eerste lid is in beginsel niet van toepassing indien: de terugvordering van de uitkering het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende of het terugvorderen van uitkering betreft die is verstrekt in de vorm van een geldlening op grond van het bepaalde in artikel 48, tweede lid, aanhef en onder a, b of c, van de wet; de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, behoudens voor zover de vordering niet op deze goederen verhaald kan worden. 3.. Het besluit tot (gedeeltelijk) afzien van de terugvordering treedt niet in werking voordat tussen het college en/of schuldeisers en belanghebbende een schuldregeling tot stand is gekomen. 4.. Het besluit tot geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering als bedoeld in het eerste lid wordt ingetrokken of ten nadele van betrokkene gewijzigd indien: de belanghebbende zijn schuld niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel