Naar hoofdinhoud
1.. In het besluit tot toekenning van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp wordt vastgelegd: of sprake is van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, het ondersteu-ningsprofiel en als het gaat om hoogspecialistische jeugdhulp ook de intensiteit van de jeugdhulp; in geval van een persoonsgebonden budget de hoogte van het budget en hoe deze is berekend. 2.. Het besluit tot toekennen van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp wordt afgegeven: als het gaat om zorg in natura, met een geldigheidsduur tot het moment waarop de betrokken jeugdhulpaanbieder de jeugdhulp heeft beëindigd en het college hiervan op de hoogte heeft gesteld; als het gaat om een persoonsgebonden budget: met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur tot maximaal het moment waarop de jeugdige de leeftijd van 18 jaar bereikt of in het geval voortzetting van jeugdhulp na 18 jaar nodig is om het gewens-te resultaat te bereiken, tot maximaal het moment waarop de jeugdige de leeftijd van 23 jaar heeft bereikt. 3.. In aanvulling op het gestelde in het tweede lid onderdeel a, wordt het besluit opnieuw van kracht wanneer een jeugdige en/of zijn ouders zich binnen vier maanden na een volgens plan beëindigd jeugdhulptraject dat gericht was op herstel opnieuw, met dezelfde hulp-vraag, bij de jeugdhulpaanbieder melden. 4.. De geldigheid van het besluit kan vervallen wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen zes maanden na het afgeven van het besluit gestart is met zorg. 5.. Het besluit wordt genomen: indien er overeenstemming is tussen het Jeugdteam en de jeugdige en/of zijn ouders over de in te zetten specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, direct na de on-dertekening van het perspectiefplan door beide partijen; indien er geen overeenstemming is tussen het Jeugdteam en de jeugdige en/of zijn ouders over de in te zetten specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, binnen 2 weken na ontvangst van het eenzijdig door de jeugdige en/of zijn ouders ondertekende perspectiefplan; indien een perspectiefplan op grond van artikel 3.4 vierde lid niet nodig is, binnen 2 weken na het verzoek om toewijzing van de jeugdhulpaanbieder. 6.. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en kan omtrent deze heroverweging nadere regels stellen. 7.. In bijzondere gevallen kan van het bepaalde in artikel 3.7 eerste lid onder a worden afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel