Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 14.

Aanvullende criteria vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Albrandswaard 2018

1.. Vervoersvoorzieningen kunnen als verstrekking worden ingezet om de volgende resultaten te bereiken: Het zelfstandig lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Het kunnen ontmoeten van mensen en het op basis daarvan aangaan van sociale relaties. 2.. Bij vervoersvoorzieningen geldt het primaat van het collectief vervoer. Op het collectief vervoer zijn de volgende criteria van toepassing: De voorziening collectief vervoer wordt alleen verstrekt in natura in de vorm van een taxipas. Een pgb is hiervoor niet mogelijk. De taxipas geeft de cliënt de mogelijkheid om maximaal 2000 km per jaar gebruik te kunnen maken van de regiotaxi voor regulier vervoer of rolstoeltaxivervoer. Als aan de cliënt naast de taxipas voor collectief vervoer ook vanuit de Wmo een maatwerkvoorziening in natura of pgb is verstrekt, ten behoeve van de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving, wordt cliënt in staat gesteld om maximaal 1000 km te reizen met de taxipas. Indien de cliënt gemotiveerd aangeeft dat het aantal kilometers zoals bedoeld onder a en b van dit artikellid, niet volstaat dan kan cliënt in staat worden gesteld om meer kilometers met de taxipas te reizen. De pashouder betaalt tarieven, die vergelijkbaar zijn met de tarieven van het openbaar vervoer, waarbij de zone indeling van het openbaar vervoer uitgangspunt is. Uitgangspunt is dat 5 openbaar vervoer zones voldoende zijn voor lokale verplaatsingen. De 5 zones worden vanaf de instapzone berekend. 3.. Begeleiding bij een vervoersvoorziening wordt alleen toegekend als cliënt: agressief gedrag vertoont; dwaalgedrag vertoont; afhankelijk is van medische handelingen tijdens de rit. 4.. Voor verstrekking van een scootmobiel gelden de volgende aanvullende voorwaarden: Het lopen of staan is zodanig beperkt, dat cliënt zijn bestemmingsdoel niet kan bereiken met een taxi of autorit. De cliënt moet in staat zijn zelfstandig op en van de scootmobiel te stappen; De cliënt heeft een substantiële vervoersbehoefte in de directe woonomgeving van de woning binnen de gemeente of woonkern; De beperkingen zijn langdurend van aard en de vervoersbehoefte is vrijwel dagelijks; Er moet een stallingsruimte, voorzien van een geaard stopcontact van 220 volt aanwezig zijn of gecreëerd kunnen worden. Cliënt is in staat om –na instructie- op veilige wijze gebruik te maken van een scootmobiel. 5.. Om in aanmerking te komen voor een handbike gelden de volgende aanvullende voorwaarden: cliënt is aangewezen op een rolstoel; cliënt is in staat zich met behulp van een handbewogen (sport) rolstoel over een redelijke afstand (1,5 km) binnen redelijke tijd te verplaatsen; cliënt heeft de voorziening nodig in verband met een specifieke verplaatsingsbehoefte boven 1500 meter, die niet anderszins kan worden opgelost; er dient een substantiële toegevoegde waarde te zijn als de handbike als verplaatsingsvoorziening in en om de woning of voor grotere afstanden wordt verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel