Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik of bezit van een maatwerkvoorziening gedurende de periode waarvoor de maatwerkvoorziening wordt verstrekt. De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning;
De bijdragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Voor beschermd wonen geldt dat de bijdrage wordt berekend volgens artikel 3.11 en 3.12 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en voor opvang geldt dat de bijdrage wordt berekend volgens artikel 3.20 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
In afwijking van het eerste lid geldt dat geen bijdrage is verschuldigd voor de onderhoudskosten, de reparaties en de keuringskosten van voorzieningen.
Voor opvang worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening door de aanbieder van de voorziening vastgesteld en geïnd. Het college draagt er zorg voor dat aan het CAK mededeling wordt gedaan van de bijdragen die door de aanbieder zijn vastgesteld, voor zover niet betrekking hebbende op personen die de thuissituatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld.
Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner.
De bijdrage voor een éénmalig verstrekte maatwerkvoorziening wordt gebaseerd op de kostprijs van de voorziening. De bijdrage wordt geheven voor de duur van:
Maximaal 39 perioden voor woonvoorzieningen in eigendom dan wel bij een bouwkundige of woontechnische aanpassing van de woning
Maximaal 91 perioden voor overige woon- en vervoersvoorzieningen
De bijdrage voor overige maatwerkvoorzieningen wordt geheven gedurende de looptijd van de voorziening. De eigen bijdrage van een maatwerkvoorziening in natura voor thuisondersteuning is gebaseerd op een kostprijs van € 23, - per uur. De bijdrage voor een pgb thuisondersteuning is gebaseerd op 50 % van het pgb; in geval er alleen sprake is van het resultaatgebied huishouden is de bijdrage gebaseerd op 100% van het pgb.
Voor de overige maatwerkvoorzieningen geldt dat de bijdrage is gebaseerd op de kostprijs.
De aanbieder van een maatwerkvoorziening kan aan de cliënt een betaling voor algemeen gebruikelijke kosten vragen voor zover dat tussen het college en de aanbieder is afgesproken en dit door het college is vastgesteld. Het gaat hierbij in ieder geval om een betaling voor het gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer berekend op basis van tarieven openbaar vervoer;
Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik of bezit van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning. De hoogte van de bijdrage wordt per soort algemene voorziening bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van deze voorziening. Voor dagbesteding is de cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd die na overleg met de aanbieder wordt vastgesteld en bedraagt maximaal € 5 per week.
Hoofdstuk
Artikel 11
Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle 2018