Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7.6

Aanvullende criteria voor vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle 2018

Met inachtneming van artikel 7.1. kan een aanvrager in aanmerking komen voor collectief vervoer als de inwoner door aantoonbare beperkingen niet of onvoldoende gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Een inwoner kan, als aantoonbare beperkingen het gebruik van het collectieve vervoer onmogelijk maken, in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget voor gebruik van de eigen auto of een voorziening voor de aanpassing van de eigen auto. Een aanvrager kan voor individueel taxivervoer in aanmerking komen als aantoonbare beperkingen het gebruik van het collectieve vervoer onmogelijk maken en hij niet de beschikking heeft over een eigen auto. Een aanvrager kan voor een vervoersvoorziening voor de directe woonomgeving in aanmerking komen als er sprake is van ernstige beperkingen in de mobiliteit. Een voorziening voor de directe woonomgeving kan in aanvulling op het gebruik van een andere vervoersvoorziening verstrekt worden. Een aanvrager kan eerst in aanmerking komen voor een individuele vervoersvoorziening als deze langdurig noodzakelijk is en het collectief vervoer niet afdoende is. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving van aanvrager en in elk geval binnen de gemeente Zwolle en de regio in het kader van het leven van alledag. In afwijking van het derde lid kan een vervoersvoorziening worden verstrekt als zich een situatie voordoet waarbij het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de persoon met beperkingen zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de persoon met beperkingen noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel