Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9

Hoogte persoonsgebonden budget en vergoeding

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle 2018

Het persoonsgebonden budget bedraagt maximaal de kosten van de maatwerkvoorziening in natura. De hoogte van een persoonsgebonden budget: is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; bedraagt bij een aanpassing in eigen beheer alleen de feitelijk aantoonbare kosten tot maximaal de kosten die zouden zijn vergoed bij professionele uitbesteding. wordt gebaseerd op een door de inwoner opgesteld PGB-plan over hoe hij het persoonsgebonden budget gaat besteden. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor: een zaak wordt bepaald op basis van de tegenwaarde die de gemeente aan de leverancier betaalt voor de adequaat goedkoopste voorziening of de door het college goedgekeurde offerte. Indien nodig wordt het persoonsgebonden budget verhoogd met het jaarbedrag voor onderhoud en reparatie gebaseerd op het onderhoudscontract van de gemeente bij het verstrekken van de voorziening in natura. Het college bepaalt per persoonsgebonden budget het aantal jaren dat aan onderhoud en reparatie zal worden opgenomen. de waarde van een tweedehandszaak wordt vastgesteld aan de hand van de afschrijvingssystematiek zoals hier aangegeven. Dit zijn maximumbedragen. Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 Jaar 4 Jaar 5 Jaar 6 Jaar 7 Voorziening 86% 71% 57% 43% 29% 14% 0% thuisondersteuning bedraagt maximaal 80% van de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura. Het maximumuurtarief voor thuisondersteuning uit het sociaal netwerk is € 20,00 of in geval alleen huishoudelijke hulp wordt geboden € 14,50. kortdurend verblijf wordt bepaald per resultaat en bedraagt maximaal 80% van de kostprijs van de maatwerkvoorziening voor kortdurend verblijf in natura. beschermd wonen wordt bepaald op basis van een naar aard en omvang oplopend budget en bedraagt maximaal 81% van de maximaal subsidiabele kosten van de voorziening in natura. Een vergoeding voor verhuis- en stofferingskosten bedraagt voor: verhuiskosten als bedoeld in artikel 7.5 maximaal de kosten van overbrenging van de inboedel in eigen beheer tegen referentiekosten waarvan de hoogte door het college wordt bepaald. Dan wel maximaal de kosten van overbrenging van de inboedel door een erkend verhuisbedrijf dat het college heeft aanvaard. de stoffering maximaal € 2.409, - voor één of tweepersoonshuishouden en maximaal € 302, - voor elk volgend gezinslid. De vergoeding bedraagt voor medisch noodzakelijke sanering van de stoffering zoals vloerbedekking en gordijnen de som van de richtprijzen die het college hanteert bij de bijzondere bijstandsverlening in het kader van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel