het college verstrekt alleen een individuele voorziening in de vorm van een pgb:
als de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren en er dus geen sprake is van verslaving, schulden, progressief ziektebeeld en dergelijke;
als de jeugdige en zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening niet geleverd wensen te krijgen door een door het college gecontracteerde jeugdhulpaanbieder;
als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot een individuele voorziening behoort en die de jeugdige en zijn ouders van het pgb willen betrekken, van goede kwaliteit is;
als in de drie jaren voorafgaand aan de datum van het gesprek geen pgb-voorwaarden van een eerdere toekenning zijn overtreden;
als de jeugdige of zijn ouders de kosten van het pgb die uitstijgen boven de kostprijs van de naar het oordeel van het college adequate individuele voorziening in natura, zelf willen bekostigen.
Indien de gebruiksduur van de individuele voorziening waarvoor een persoonsgebonden budget is verstrekt, nog niet is verstreken, kan een aanvullend persoonsgebonden budget worden verstrekt als:
er sprake is van een gewijzigde omstandigheid die aanpassing dan wel vervanging van de individuele voorziening noodzakelijk maakt;
er sprake is van een calamiteit die de jeugdige of zijn ouders niet is te verwijten.
Artikel 10.
Toekenning voorziening in de vorm van een pgb.
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Gemeente Zwolle 2018