De belasting wordt geheven:
van degene die het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, van waaruit afvalwater, niet zijnde hemelwater, wordt geloosd en waarbij het gedeelte van het afvalwater de hoeveelheid van 500 m³ per jaar niet te boven gaat, verder te noemen: eigenarendeel; en
van degene die, bij het begin van het belastingjaar, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik heeft van een perceel van waaruit afvalwater op de gemeentelijke riolering wordt geloosd en waarbij het gedeelte van het afvalwater de hoeveelheid van 500 m³ per jaar te boven gaat, verder te noemen: gebruikersdeel.
Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
De rioolheffing eigenarendeel wordt indien het perceel een roerende zaak is, in afwijking van het tweede lid geheven van de gebruiker van het perceel.
Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt:
degene die een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik heeft afgestaan als gebruiker aangemerkt;
het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2018