1. Om te bepalen welke aanbieder de noodzakelijke ondersteuning mag bieden, hanteert de verwijzer de volgende criteria:
a. de wens van de jeugdige en/of ouder(s) (en zijn netwerk)
b. de specifieke zorgbehoefte van de jeugdige en/of ouder(s)
c. nabijheid van de zorgaanbieder (afstand van woonadres jeugdige en/of ouder(s))
d. wachttijden/beschikbaarheid bij de zorgaanbieder
e. levensovertuiging van de jeugdige en/of ouder(s)
f. vanuit zorgperspectief vereiste zorgcontinuïteit
2. Als op grond van lid 1 blijkt dat meerdere aanbieders aan de criteria voldoen en de jeugdige en/of ouder(s) heeft nog steeds geen voorkeur, dan beslist de jeugdige en/of ouder(s) via loting.