Om te bepalen of en welke vorm van Kortdurend Verblijf voor de bewoner toegankelijk en passend is worden, naast het Algemene toetsings- en afwegingskader, de volgende aspecten getoetst en/of gewogen:
1. aard van de beperking: Er is sprake van chronische complexe problemen door een somatische, zintuiglijke of verstandelijke beperking of een psychische- of cognitieve aandoening.
2. omvang van de ondersteuning: Er is maximaal drie etmalen per week gemiddeld ondersteuning nodig. De ondersteuning voor de andere etmalen worden middels gebruikelijke hulp en/of mantelzorg en/of vrijwilligers geboden.
Het is daarbij mogelijk dat, ten behoeve van vakantie van de mantelzorger, etmalen gespaard worden en achtereenvolgend worden gebruikt.
3. benodigde zorg: Kortdurend verblijf wordt geboden met en zonder zorg, per dagdeel of per etmaal.
Indien een bewoner persoonlijke verzorging en/of verpleging vanuit de Zorgverzekeringswet krijgt, dan maakt de bewoner altijd gebruik van een kortdurend verblijf zonder zorg (vanuit de Wmo).
Het volgende onderscheid in de vorm van zorg is aangebracht:
a. Kortdurend verblijf dag zonder zorg: gedurende de dag verblijft de bewoner in een instelling waarbij geen persoonlijke verzorging (vanuit de Wmo) nodig is.
b. Kortdurend verblijf dag met zorg: gedurende de dag verblijft de bewoner in een instelling waarbij persoonlijke verzorging (vanuit de Wmo) nodig is.
c. Kortdurend verblijf etmaal zonder zorg: gedurende een etmaal (24 uur) verblijft de bewoner in een instelling waarbij geen persoonlijke verzorging (vanuit de Wmo) nodig is.
d. Kortdurend verblijf etmaal met zorg: gedurende een etmaal (24 uur) verblijft de bewoner in een instelling waarbij persoonlijke verzorging (vanuit de Wmo) nodig is.
4. voorliggende voorziening:
Voorliggende voorzieningen zijn: wijkgerichte respijtzorg, kortdurend eerstelijnsverblijf vanuit Zorgverzekeringswet (aanvullende verzekering) en logeren vanuit indicatie Wet Langdurige Zorg en alarmering of video op afstand.