Naar hoofdinhoud

Artikel 19.

Woonvoorziening

Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2018 gemeente Leeuwarden

Om te bepalen of een Woonvoorziening voor de bewoner toegankelijk en passend is, worden, naast het Algemene toetsings- en afwegingskader, de volgende aspecten getoetst en/of gewogen: 1. aard van de beperking: De bewoner ondervindt, als gevolg van zijn beperking, belemmeringen in zijn woning bij de normale elementaire activiteiten, zoals het bereiden van eten, slapen, persoonlijke verzorging en/of het verzorgen van kinderen. 2. hoofdverblijf: een woonvoorziening wordt alleen verstrekt voor het hoofdverblijf van de bewoner. 3. betreffende woonruimte: Alleen ruimten die bestemd zijn voor de elementaire activiteiten (zie lid 1) komen in aanmerking voor een woonvoorziening. Hobby-, werk- of recreatieruimte vallen hier niet onder. a. Een woonvoorziening voor andere ruimten kan wel worden verstrekt: I. In de vorm van een uitraaskamer waarin een bewoner, die ten gevolge van een beperking in de vorm van een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan komen. Voorwaarde is dat deze ruimte niet van buiten af te sluiten mag zijn. II. In een algemene ruimte van een wooncomplex, om de woning voor de bewoner bereikbaar en toegankelijk te maken. De woonvoorzieningen die voor een algemene ruimte kunnen worden verstrekt, zijn: automatische deuropeners, extra trapleuningen bij een portiekwoning en hellingbanen van de openbare weg naar de toegang van het gebouw. b. Een woonvoorziening kan worden verstrekt aan de bewoner die in een woonwagen of op een woonschip of binnenschip woont, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden in verband met de duurzaamheid van de voorzieningen: I. Een woonwagen en een woonschip moeten nog een technische levensduur van tenminste vijf jaar hebben. Ook de stand- en ligplaats moet nog zeker vijf jaar blijven bestaan, behoudens wijzigingen die buiten de invloedsfeer van de bewoner liggen. II. De hoofdbewoner van een woonwagen moet over een bewoningsvergunning beschikken. III. Een voorziening aan een binnenschip kan slechts aan het woongedeelte worden aangebracht en het schip moet geregistreerd zijn en bedrijfsmatig worden gebruikt. 4. voorwaarden woonvoorziening: a. Om in aanmerking te komen voor een woonvoorziening dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan: I. De ergonomische belemmeringen die de bewoner ondervindt bij het voeren van een huishouden, mogen niet voortvloeien uit de aard van de gebruikte bouwkundige materialen in de woning. II. De voorziening wordt aan het hoofdverblijf getroffen, tenzij het gaat om het bezoekbaar maken van een woning voor een cliënt van een WLZ-instelling. III. De bewoner heeft bij de keuze van zijn woning rekening gehouden met de op dat moment aanwezige of voorzienbare beperkingen. b. Indien de woonvoorziening verstrekt wordt, gelden de volgende aanvullende voorwaarden: I. De werkzaamheden mogen niet zonder schriftelijke toestemming worden begonnen. II. Door de gemeente aangewezen personen moeten toegang tot de woonruimte krijgen, om inzicht te krijgen in de bescheiden en de tekeningen en de aanpassing te kunnen controleren. III. Binnen 15 maanden na toekenning moet de aanpassing gereed gemeld worden. c. Om in aanmerking te komen voor woningsanering (vervanging van vloerbedekking) dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan: I. Er is sprake van een door een arts vastgestelde diagnose van allergie of COPD/astma. II. De bewoner had bij de aanschaf van de oude materialen niet kunnen weten dat hij longklachten zou krijgen of dat deze erger zouden worden. III. De vervanging van het artikel medisch gezien op zeer korte termijn noodzakelijk is. In principe gaat het bij woningsanering om het vervangen van de vloerbedekking in de slaapkamer. De woonkamer kan ook worden gesaneerd, maar alleen als de betreffende inwoner jonger dan vier jaar is. Voor het vervangen van gordijnen of behang in de slaap- of woonkamer worden geen saneringskosten verstrekt. Het nut hiervan is volgens het Longfonds nauwelijks aantoonbaar. 5. meest goedkope en adequate oplossing: Om te bepalen of een woonvoorziening in de vorm van een woningaanpassing danwel een PGB voor verhuis- en inrichtingskosten de meest goedkope en adequate oplossing is, wordt het volgende nader onderzocht: a. Of de ergonomische belemmeringen voldoende kunnen worden opgelost door aanpassingen in de eigen woning. Indien dit niet het geval is, dan is verhuizen naar een andere geschiktere woonruimte de enige adequate oplossing. b. Of een woningaanpassing (technisch) mogelijk is. c. Of er aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen beschikbaar zijn en wat de aanpassingskosten van de huidige versus de nieuwe woonruimte zijn. Dit is op zich geen grond om direct tot een verplichte verhuizing te komen, maar dient altijd in samenhang met de overige aspecten gewogen te worden. d. Met welke snelheid de belemmering in de woning kan worden opgelost. In een aantal gevallen kan verhuizing de belemmering veel sneller oplossen. e. Welke sociale omstandigheden een rol spelen, zoals de nabije aanwezigheid van mantelzorg en aanwezigheid en afstand tot de verschillende voorzieningen (openbaar vervoershalte, winkels, ziekenhuis etc.). f. Wat de woonlastenconsequenties zijn, waarbij een vergelijking wordt gemaakt tussen de woonlasten van het aanpassen van de huidige woonruimte versus het verhuizen naar een andere woonruimte. Hierbij wordt rekening gehouden met de (hoogte en de duur) van de te ontvangen huurtoeslag. g. Of de bewoner eigenaar of huurder is van de woning en welke consequenties dit heeft, zoals vermogenswinsten of-verliezen of nadelig financieel gevolg van verplichte verkoop van een woning. Een verhuisplicht zou dan kunnen leiden tot een onbillijke situatie. h. De mogelijkheid tot hergebruik van de woningaanpassing. 6. verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding: Indien verhuizen de meest goedkope en adequate oplossing is, wordt er aan de bewoner een verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding in de vorm van een PGB verstrekt voor onder andere de kosten voor een verhuisbedrijf en de kosten voor aanpassing van vloeren, ramen, plafond en muren. Een PGB voor een verhuizing wordt vastgesteld op basis van de begroting van de bewoner, met een maximum dat afhankelijk is van de grootte van het huishouden dat de woning gaat betrekken (los van niet-gezinsleden of volwassen kinderen die meeverhuizen). 7. passendheid voor mantelzorger: Om te bepalen voor welke woningvoorziening een bewoner in aanmerking komt wordt gekeken naar de passendheid van de voorziening voor de mantelzorger, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door de mantelzorger bediend moeten worden. 8. algemeen gebruikelijke voorzieningen: a. verhuis- en herinrichtingskosten: Verhuis- en herinrichtingskosten zijn algemeen gebruikelijk tenzij, de beperkingen van de bewoner het voeren van een huishouden onmogelijk maken, er sprake is van een acute noodzaak tot verhuizen naar een adequate woning of een woning die meer geschikt is om aan te passen. In de volgende situaties worden verhuis-en herinrichtingskosten in ieder geval als algemeen gebruikelijk beschouwd: I. verhuizing van het ouderlijk huis naar een zelfstandige woonruimte II. verhuizing als gevolg van trouwen of samenwonen III. verhuizing als gevolg van verandering van baan IV. verhuizing als gevolg van het krijgen van kinderen V. verhuizing van senioren naar een kleinere woning b. woonvoorzieningen in (levensloopbestendige)woningen voor ouderen of gehandicapten: Algemeen gebruikelijk is dat bewoners in (levensloopbestendige) woningen voor ouderen of gehandicapten kunnen beschikken over de voor ouderen of gehandicapten benodigde voorzieningen, zoals toegankelijkheid van woonruimten met rollator of rolstoel, een lift en elektrische deuropeners. De woningeigenaar (verhuurder) is gehouden deze woonvoorzieningen te bieden. Een bewoner van een woning die specifiek te huur is aangeboden als woning voor ouderen of gehandicapten, mag verwachten dat deze is ingericht op het adequaat kunnen wonen voor ouderen of gehandicapten. c. renovatie: Renovatie van woonvoorzieningen, die onder normale omstandigheden vervangen zouden moeten worden omdat ze technisch of economisch afgeschreven zijn, wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd. d. woonvoorzieningen: Veel woonvoorzieningen zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen. Om te bepalen welke voorzieningen onder algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen vallen worden in de toelichting voorbeelden gegeven. TOELICHTING Om te bepalen welke voorzieningen onder algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen vallen volgt hieronder een (niet limitatieve) opsomming. Daarbij dient altijd een afweging plaats te vinden conform het Algemeen toetsings- en afwegingskader artikel 12, lid 9. • Antisliptegels en/of antislipcoating en losse antislipvoorzieningen (zoals badmat en antislipstickers) • Automatische deuropeners voor garages • Bad (verwijderen en/of plaatsen) • Badplank • Centrale verwarming • Douche (ruimte/bak verwijderen en/of plaatsen) • Douchekop en glijstang, douchescherm • Drempels tot ca. 6 cm. hoogte eenvoudig aan te passen/ te verwijderen • Eengreeps-mengkranen • Eenvoudige handgrepen/standaard muurbeugels niet specifiek bedoeld voor gehandicapten • Extra bel (aanschaf en plaatsen) • Herstel/onderhoud van algemeen gebruikelijk woonvoorzieningen • Hogere huurkosten (b.v. door aanschaf centrale verwarming) • Kookplaten • Kantelbare spiegels • Korfladen in de keuken • Kosten van aanschaf, installatie en gebruik van telefoon- en internetdiensten • Screens en zonneschermen (incl. elektrische bediening hiervan) • Sta-op stoel • Stangen en elektrische bediening van hoge ramen • Thermostatische en één-hendel mengkranen • Trapleuningen (extra) • Toilet (tweede toilet, hangtoilet, en Sanibroyeurs) • Verhoogd toilet (6+/10+ cm toilet) en verhoogde toiletbrillen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel