1. Om te bepalen welke aanbieder de noodzakelijke ondersteuning mag bieden, hanteert de sociaal werker de volgende criteria:
a. de wens van de bewoner (en zijn netwerk)
b. de specifieke zorgbehoefte van de bewoner
c. nabijheid van de zorgaanbieder (afstand van woonadres bewoner)
d. wachttijden/beschikbaarheid bij de zorgaanbieder
e. levensovertuiging van de bewoner
f. vanuit zorgperspectief vereiste zorgcontinuïteit
2. Als op grond van lid 1 blijkt dat meerdere aanbieders aan de criteria voldoen en de bewoner heeft nog steeds geen voorkeur, dan beslist de bewoner via loting.