Naar hoofdinhoud
1.. Bij de invordering van de afvalstoffenheffing, genoemd in Hoofdstuk 1 van de Tarieventabel behorende bij de Verordening Reinigingsheffingen en de rioolheffing, voor het bepaalde in artikel 3, lid 1, sub 2, in combinatie met artikel 5, lid 2, van die verordening vindt ten aanzien van kwijt-schelding het bepaalde in Hoofdstuk 2, artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 toepassing met dien verstande, dat de kosten van bestaan als bedoeld in artikel 16 van de genoemde uitvoeringsregeling, worden vastgesteld op 100 percent van de genormeerde bij-standsuitkering. 2.. Bij de kwijtschelding van de in het eerste lid genoemde belastingen wordt voor echtgenoten, voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder, die 65 jaar of ouder zijn, het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100 percent van de toepasselijke netto AOW-bedragen, berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 1a van de Nadere regels kwijt-schelding gemeentelijke en waterschapsbelasting. 3.. Bij de kwijtschelding van de in het eerste lid genoemde belastingen worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 28, lid 3, van de Uitvoeringsregeling als uitgaven mede in aanmerking geno-men de netto kosten van kinderopvang. 4.. Ter beoordeling van de aanvraag om kwijtschelding vindt een toets plaats aan de hand van het-geen bepaald is in artikel 12 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. 5.. Met inachtneming van het overigens in dit besluit bepaalde, wordt een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep, van een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, be-handeld volgens de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1, 2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel