Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 16.

Bijdrage in de kosten

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Horst aan de Maas

1.. Een cliënt kan een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning. 2.. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget. 3.. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 4.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 5.. De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het verstrekte bedrag. 6.. Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) berekent de eigen bijdrage voor ondersteuning vanuit de Wmo. 7.. De parameters voor het bepalen van de maximale eigen bijdrage, zoals bedoeld in artikel 16d, tweede lid van het Bijdragebesluit zorg en artikel 3.8, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit wet maatschappelijke ondersteuning, worden jaarlijks vastgesteld door het ministerie van VWS. Deze parameters neemt de gemeente Horst aan de Maas over en levert ze aan bij het CAK. 8.. Voor maatwerkvoorzieningen geldt dat: De eigen bijdrage is verschuldigd gedurende de periode van de dienstverlenng of conform de afschrijvingsperiode; De eigen bijdrage mag niet hoger zijn dan de werkelijke kosten van een voorziening; De rolstoelvoorzieningen (handbewogen en elektrisch) zijn uitgesloten voor het opleggen van de eigen bijdrage; De eigen bijdrage niet van toepassing is bij kinderen jongeren dan 18 jaar; De eigen bijdrage niet van toepassing is op arbeidsmatige dagbesteding. 9.. Als een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 10.. In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel