Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 8.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Horst aan de Maas

1.. De hoogte van het pgb is gebaseerd op het leefzorgplan en een door de jeugdige en/of diens ouders opgesteld budgetplan. Daarin geven zij aan hoe zij het persoonsgebonden budget gaan besteden. Er moet in ieder geval blijken dat de met het pgb te bieden ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is en dat de te bieden ondersteuning in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. Het pgb is niet hoger dan het gemiddelde tarief van de maatwerkvoorziening in natura, zoals vastgelegd in regionaal afgesloten raamcontracten met zorgaanbieders. Deze tarieven kunnen voorafgaand aan het opstellen van een budgetplan gecommuniceerd worden met de jeugdige en/of diens ouders die het plan opstelt. 3.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen. 4.. Als het leefzorgplan en budgetplan aantoonbaar maken dat een financiële compensatie voor ondersteuning door het eigen netwerk doelmatiger, efficiënter en tot effectievere zorgondersteuning leidt, dan is het verstrekken van een pgb voor het sociaal netwerk mogelijk. Het leefzorgplan is hierin uitgangspunt en leidend. 5.. Het pgb uurtarief voor het inzetten van het sociaal netwerk is gelijk aan het wettelijk minimumloon zoals dat geldt op het moment van de pgb verstrekking. Bij een wijziging van het wettelijk minimumloon wordt ook de zorgovereenkomst tussen de budgethouder en zorgverlener daarop aangepast. 6.. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel