De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;
voorwerpen, waarvoor met de gemeente een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in het algemeen belang dan wel worden gebezigd voor een godsdienstig of cultureel doel;
voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten;
Voorwerpen, welke uitsluitend als gedenkteken dienen ter nagedachtenis van gevallenen van oorlogsgeweld en ten hoogste 0,2 m2 openbare grond in beslag nemen.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2018