**1..** De grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens op grond van dit reglement is
voor de gemeente gelegen in de publiekrechtelijke taken van de burgemeester op het terrein van de handhaving van de openbare orde zoals beschreven in artikel 172 Gemeentewet en van het college van burgemeester en wethouders op het terrein van het bieden van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp aan inwoners die op deze ondersteuning of hulp zijn aangewezen;
voor de politie gelegen in de publiekrechtelijke taken op het terrein van de handhaving van de openbare orde, het opsporen van strafbare feiten en het verlenen van hulp aan hen die deze hulp behoeven;
voor het Openbaar Ministerie gelegen in de publiekrechtelijke taken op het terrein van het opsporen en vervolgen van strafbare feiten en het ten uitvoer leggen van straffen en maatregelen, waarbij het Openbaar Ministerie uitsluitend bevoegd is gegevens te verstrekken van personen die voldoen aan de criteria voor een lokale persoonsgerichte aanpak zoals beschreven in artikel 2 lid 2;
voor instellingen voor reclassering is de grondslag gelegen in artikel 8 van de Reclasseringsregeling 1995: ‘Onze Minister draagt er zorg voor dat in ieder arrondissement in ieder geval en zoveel mogelijk in onderlinge samenhang de volgende reclasseringswerkzaamheden worden uitgevoerd: a. het uit eigen beweging, in opdracht van de bevoegde autoriteiten of op verzoek van betrokkenen zelf verlenen van hulp en steun – rechtsbijstand uitgezonderd – aan personen die worden verdacht van of die zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit; b. het doen van onderzoek naar zodanige personen, waaronder begrepen het opstellen van een indicatieadvies, als bedoeld in artikel 5 tweede lid van het interim besluit forensische zorg, ten behoeve van de beslissingen die te hunnen aanzien moeten worden genomen over de vervolging, de berechting of de tenuitvoerlegging van straffen of maatregelen, en het geven van voorlichting daarover; c. het voorbereiden en begeleiden van de uitvoering van de taakstraf en, voor zover daarvoor in aanmerking komend, van de uitvoering van andere rechterlijke beslissingen, waaronder begrepen het namens Onze Minister toe leiden naar forensische zorg als bedoeld in artikel zes eerste lid, tweede volzin, ten aanzien van personen die worden verdacht van, of die zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit, alsmede het houden van toezicht daarop en het verschaffen van inlichtingen daarover aan de bevoegde autoriteiten’;
voor de Raad voor de Kinderbescherming gelegen in het beschermen van minderjarigen tegen ernstige bedreigingen van hun ontwikkeling of hun veiligheid en gezondheid;
voor de overige partners gelegen in het gerechtvaardigd belang dat deze instellingen gelet op hun doelstelling en taken hebben bij de verwerking van persoonsgegevens van betrokkenen, dan wel de ondubbelzinnige toestemming van de betrokkenen.
**2..** Partners die op grond van de wet in verband met hun hulpverleningsrelatie met de inwoner toestemming nodig hebben voor het verstrekken van persoonsgegevens aan de andere partners of aan agendadeelnemers, dragen er zelf zorg voor dat deze toestemming wordt verkregen voordat zij tot gegevensverstrekking over gaan. Mochten zij geen toestemming voor deze gegevensverstrekking krijgen, of mochten zij tot het oordeel komen dat zij deze toestemming niet kunnen vragen, dan komen zij zelf tot een afweging of niet toch, ondanks het ontbreken van toestemming, persoonsgegevens aan een of meer partners dienen te worden verstrekt, gelet op de zwaarwegende belangen die de inwoner of een ander heeft bij deze verstrekking. Zij maken deze afweging conform de wetgeving en de interne regelgeving die op hen van toepassing is.
**3..** De verwerking van bijzondere persoonsgegevens vindt uitsluitend plaats indien en voor zover de Wet bescherming persoonsgegevens en de overige wetten waaraan de partners gebonden zijn dit toestaan.
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Artikel 5