Naar hoofdinhoud
1.. Indien de pga-expert op basis van de beoordeling en het onderzoek zoals bedoeld in artikel 6 lid 2 meent dat een lokale persoonsgerichte aanpak noodzakelijk is, stelt hij deze vast samen met de betrokken partners, waaronder een vertegenwoordiger van het lokale team, voor zover jeugdhulp en/of maatschappelijke ondersteuning deel uitmaken van de persoonsgerichte aanpak. Bij het vaststellen van de persoonsgerichte aanpak verstrekken de partners de daarvoor noodzakelijke persoonsgegevens aan de pga-expert, met inachtneming van de op de partners van toepassing zijnde privacyregels. 2.. De partners dragen bij de verwerking van persoonsgegevens in verband met de persoonsgerichte aanpak zorg voor dat zij de persoonsgegevens die zij verstrekken aan niet meer partners verstrekken dan noodzakelijk is voor het doel zoals beschreven in artikel 2 lid 1. 3.. Indien de Raad voor de Kinderbescherming in verband met een onderzoek naar de noodzaak van een kinderbeschermingsmaatregel beschikt over persoonsgegevens van een minderjarige inwoner verstrekt de Raad persoonsgegevens waarover de Raad beschikt, voor zover noodzakelijk voor de probleemanalyse en de vaststelling en uitvoering van de lokale persoonsgerichte aanpak voor deze inwoner. Indien de Raad beschikt over persoonsgegevens van een minderjarig kind van een inwoner, verstrekt de Raad persoonsgegevens van deze minderjarige voor zover de persoonsgerichte lokale aanpak zich ook richt op de bescherming en veiligheid van dit minderjarige kind en/of andere minderjarige kinderen van de inwoner én voor zover deze verstrekking noodzakelijk is voor deze bescherming en veiligheid. 4.. De pga-expert legt de persoonsgerichte aanpak vast in het pga-bestand zoals bedoeld in artikel 11 lid 1. Deze persoonsgerichte aanpak bestaat uit: probleemanalyse op het niveau van ‘dat- informatie’, beschrijving van de interventies die deel uit maken van de persoonsgerichte aanpak, de namen van de partners die deze aanpak zullen uitvoeren en de termijnen waarbinnen dit zal gebeuren. 5.. Indien het voor het vaststellen of uitvoeren van een persoonsgerichte aanpak noodzakelijk is en de relevante wettelijke regeling dit toestaan, kunnen persoonsgegevens worden verstrekt aan een agendadeelnemer. De pga-expert draagt er zorg voor dat aan een agendadeelnemer niet meer gegevens worden verstrekt dan absoluut noodzakelijk is voor zijn aandeel in het vaststellen of uitvoeren van de persoonsgerichte aanpak. De strafvorderlijke persoonsgegevens worden voor de agendadeelnemer beperkt tot de dat-informatie. 6.. De pga-expert kan de inwoner in overleg met de aanmelder aanmelden bij het lokale team, voor zover de pga-expert tot het oordeel komt dat ondersteuning door dit team in het kader van de persoonsgerichte aanpak van het gedrag gewenst of noodzakelijk is. Bij de aanmelding verstrekt de pga-expert de voor de ondersteuning noodzakelijke gegevens aan het lokale team. Aanmelding bij het lokale team vindt plaats met toestemming van degene die voor de ondersteuning wordt aangemeld. Indien de pga-expert geen toestemming krijgt voor de aanmelding, voert hij overleg met het lokale team met het doel te onderzoeken of en zo ja hoe de noodzakelijke ondersteuning kan worden verleend. 7.. De pga-expert draagt er zorg voor dat: de inwoner in het eerste contact dat zo spoedig mogelijk plaats vindt, wordt geïnformeerd over de aanleiding voor de persoonsgerichte aanpak, de inhoud van deze aanpak en de gegevensverwerking in dat verband, alsmede over de rechten die hij in dit verband kan uitoefenen; alleen in verband met de belangen genoemd in artikel 43 Wet bescherming persoonsgegevens van de hierboven beschreven informatieplicht wordt afgezien; er geen persoonsgerichte aanpak wordt vastgesteld voordat de pga-expert of een partner met de inwoner heeft gesproken over de noodzaak van een persoonsgerichte aanpak én hem uitdrukkelijk heeft gevraagd naar zijn visie op de oorzaken van het gedrag dat aanleiding vormt voor de aanpak en op de wijze waarop dit gedrag zou kunnen worden aangepakt. van de contacten met de inwoner een aantekening wordt gemaakt in het pga-bestand. 8. . Indien een inwoner voor wie een persoonsgerichte aanpak is vastgesteld, in verband met een aanhouding wordt besproken in het kader van de ZSM werkwijze van de strafrechtelijke ketenpartners, worden de ZSM partners in verband met een betekenisvolle afdoening geïnformeerd over de lokale persoonsgerichte aanpak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel