1. De colleges kunnen uit de regeling treden na verkregen toestemming van hun raad met inachtneming van een opzegtermijn van twee kalenderjaren.
2. Het uittredende college is een schadeloosstelling verschuldigd.
3. De in het vorige lid bedoelde schadeloosstelling wordt gelijkgesteld met de bijdrage van deze gemeente als bedoeld in artikel 12, lid 1 van deze regeling in het laatste jaar voor uittreding.
4. Het uittreden van een college leidt tot opheffing van de regeling. Het bestuur regelt de gevolgen van de uittreding. Onderdeel hiervan is dat door het bestuur wordt bevorderd dat de gemeente die achterblijft onverminderd aanspraak kan blijven maken op de door de bedrijfsvoeringsorganisatie met leveranciers gemaakte afspraken.
5. Het bestuur stelt een liquidatieplan op om tot opheffing van de bedrijfsvoeringsorganisatie te komen.
HOOFDSTUK 9
Artikel 15
Uittreding en opheffing
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Rijn en Braassem